5g-balanceren

René Raaijmakers

1 april

Meer van hetzelfde. Dat lijkt de belangrijkste boodschap in de publiciteit rond de aankomende standaard 5g voor mobiele telefonie. We hadden 3g en 4g, nu krijgen we 5g. Meer van hetzelfde, alleen sneller. So what, roept de nuchtere technicus uit Eindhoven.

De 5g-cases die ons tot nu toe bereiken, overlappen niet echt met de belevingswereld van researchers en ingenieurs die precisie-instrumenten of hightech systemen ontwikkelen. In Groningen doen ze experimenten met artsen die via een draadloze hogesnelheidsverbinding meekijken met het ambulancepersoneel. In Pernis helpt KPN met een 5g-netwerk dat Shell in staat stelt om met een mobiel inspectiesysteem de leidingen van zijn raffinaderijen in de gaten te houden. Snellere videoverbindingen, realtime beeldherkenning, meekijken op afstand en augmented reality. Allemaal leuk en aardig, maar wat moet een techneut ermee? Hij worstelt met microns en nanometers en voor hem is het allemaal meer van hetzelfde.

Dat nuchtere schouderophalen was ook te merken tijdens een bijeenkomst van het High Tech Software Cluster over 5g op de Brainport Industries Campus. Daar legde een man van Philips Innovation Services een vraag voor aan Jacob Groote, die alle 5g-activiteiten bij KPN coördineert. ‘Een van mijn collega’s’, zei de man, ‘vraagt zich af waarom we 5g nodig hebben als het via een draadje veel sneller en betrouwbaarder kan.’ Goede vraag, maar ook eentje waaruit blijkt dat de mensen bij Philips Innovation Service zich nog totaal niet hebben verdiept in 5g. Dat is niet erg, maar het wordt hoog tijd om dat wel te doen.

5g is veel meer dan alleen maar meer snelheid. Als het gaat werken – bewezen is het namelijk nog niet in de industriepraktijk – dan zou deze draadloze technologie wel eens van cruciaal belang kunnen zijn om onze voorsprong in de hightech te behouden. Toen ik een paar maanden geleden in Aken het Fraunhofer Instituut voor Productietechnologie bezocht en daar zag wat het effect was van draadloze monitoring bij het verspanen van turbinebladen waren de voordelen voor mij evident.

De ‘mister 5G’ bij Fraunhofer IPT, Niels König, rekende mij voor dat een turbinebladenfabriek uitgerust met sensoriek en 5g-netwerk per jaar 27 miljoen euro kan besparen bij de productie van dit soort peperdure onderdelen – 40 tot 60 duizend euro per stuk in serieproductie.

Wie ooit heeft rondgelopen in de fabrieken van Frencken, NTS, KMWE, LG Precision of ETG en daar de geproduceerde onderdelen heeft bekeken, ziet meteen de overeenkomsten. Aan de hightech spullen die we hier in Nederland maken, stellen we minstens zulke hoge eisen als aan de blade integrated disks voor vliegtuigcompressoren.

De beloftes van 5g spreken tot de verbeelding. De technologie maakt potentieel forse besparingen mogelijk op energie en materialen. Ook zal het een katalysator zijn in de hernieuwde belangstelling voor near shoring als gevolg van de Amerikaanse en Chinese economische politiek en Corona. 5g kan onze concurrentiekracht een krachtige impuls geven, ook in de wereld van kleine series en hoge complexiteit.

Maar om het zover te laten komen, zijn er nog wel wat noten te kraken. De consumentenmarkt zal een belangrijke driver worden voor de productie van 5g-chips zoals dat ook het geval was bij Ethernet, usb en de pc. Maar bij de kosteneffectieve integratie van bijvoorbeeld 5g-sensoren voor specifieke markten als de industrie en automotive zal de producerende industrie mogelijk een pioniersrol krijgen.

Die voortrekkersrol belooft een voorsprong, maar vooroplopen betekent ook hoge rekeningen betalen. Dus zullen onze maakbedrijven de komende jaren moeten balanceren: alles zeer goed volgen, proeven aan de 5g-technologie en als de rekensom en balans ook maar enigszins doorslaat naar de goede kant: meteen invoeren.