Audi een van de vier nieuwe Vlaamse ‘Fabrieken van de Toekomst’

Alexander Pil
20 februari

Audi Brussels (Vorst), Kautex Textron Benelux (Tessenderlo), Total (Evergem) en Vandemoortele (Izegem) zijn de nieuwe Fabrieken van de Toekomst. In zes jaar is de kopgroep van toekomstgerichte productiebedrijven in Vlaanderen uitgegroeid tot een club van achtendertig maakbedrijven die hier recent meer dan 1,7 miljard euro investeerden. ‘Die productiebedrijven hebben stuk voor stuk bewezen dat ze tot de internationale top behoren’, zegt Agoria-directeur Peter Demuynck.

Fabrieken van de Toekomst moeten volgens branchevereniging Agoria investeren in digitalisering, in slimme processen en producten, en in een productie van wereldniveau. Ze moeten ook doordacht omgaan met energie en materialen en aandacht hebben voor betrokkenheid, creativiteit en autonomie van medewerkers.

Niet alleen de Fabrieken van de Toekomst spreiden hun vleugels uit en richten zich op de internationale markt. Agoria en Sirris doen dat ook. Ze promoten hun visie over de Fabriek van de Toekomst in Europa, en dat is niet onopgemerkt gebleven. In Duitsland groeit de aandacht voor de mens in Industrie 4.0 steeds sterker. Nederland neemt sinds vorig jaar het concept over en ook vijftien andere Europese landen, onder auspiciën van de Europese Commissie, bereiden zich voor om een gelijkaardig actieprogramma in hun aanpak te integreren.

De 38 Belgische Fabrieken van de Toekomst investeerden de voorbije vijf jaar meer dan 1,7 miljard euro in infrastructuurvernieuwing, digitalisering en automatisering. Hun tewerkstelling steeg bovendien met 17 procent over de afgelopen vijf jaar. ‘Dat is het bewijs dat digitalisering, robotisering en automatisering niet ten koste van de werkgelegenheid gaan, wel integendeel, en dit dankzij de groei in productiviteit en omzet’, zegt Geert Jacobs, innovatie-expert bij Agoria.

 advertorial 

De Ingenieur over Fortunes of High Tech - A history of innovation at ASM International 1958 - 2008

De Ingenieur over Jorijn van Duijn: 'Knap is zijn brede aanpak (...) . Het resultaat is geen licht verteerbare, maar wel vaak fascinerende kost. Gelukkig heeft de auteur een goede vertelstijl en scheidt hij de verhalende hoofdstukken duidelijk van de (over te slaan) academische gedeelten.'