Braziliaans mechatronicaontwerp krijgt Nederlands tintje

Nederland heeft lang en hard gewerkt om zijn stempel te drukken op het ontwerp en de ontwikkeling van mechatronica. Een manier om de kennis van ‘onze aanpak’ over te dragen, is door middel van trainingen. Maar hoe verschilt dat van andere regio’s in de wereld? Vinicius Licks, hoogleraar mechatronica aan het Insper College in Brazilië, deelt zijn ervaringen na het volgen van enkele Nederlandse mechatronicacursussen.

Collin Arocho
3 juli

Met zijn rijke geschiedenis van technische innovatie is Nederland al lange tijd toonaangevend op het gebied van technologie en engineering. Deze vooraanstaande positie komt onder meer voort uit de sterke relatie tussen industriële marktleiders en de technische universiteiten. Een ander instrument dat Nederlanders gebruiken om een gezond hightechecosysteem in stand te houden, zijn cursussen en trainingen om de verzamelde kennis over te dragen en te behouden. De invloed van de lokale hightechindustrie op wereldwijde markten en toeleverketens begint internationaal op te vallen, dus het mag geen verrassing zijn dat onze expertise en vaardigheden op dit gebied in het buitenland grote aantrekkingskracht hebben.

‘Als buitenstaander was het voor mij heel interessant om te zien hoeveel gedeelde kennis er in Nederland is’, aldus de Braziliaanse mechatronicaprof Vicinius Licks. Foto: Silvia Zamboni

Vraag het maar aan Vinicius Licks, professor en decaan van het mechatronicaprogramma aan het Insper College in São Paulo, Brazilië. In 2018 maakte Licks zijn eerste van drie lange reizen van Zuid-Amerika naar Nederland. Hij trok niet de hele wereld over om te genieten van een mooie vakantie; hij kwam om een gevoel te krijgen van de Nederlandse hightechomgeving, met name via het mechatronische trainingsaanbod van High Tech Institute. ‘Training is een van de beste manieren om in contact te komen met nieuwe ideeën en vaak om nieuwe perspectieven te krijgen op oude ideeën’, zegt Licks. ‘Het is een geweldige kans om met je collega’s te communiceren, best practices uit te wisselen en te leren hoe je de grenzen van de mogelijkheden in het veld kunt verleggen.’

Eyeopener

Licks was het niet zo gewend om deel te nemen aan technische trainingsprogramma’s. ‘Ik werk voor een academische instelling, dus meestal zijn wij de trainers, niet de trainees’, lacht hij. ‘Maar dit was echt een eyeopener voor mij.’ Volgens Licks bood zijn eerste cursus, ‘Motion control tuning’, hem een geheel nieuwe kijk op het onderwijzen en leren van feedbackcontrole. ‘De meeste scholen die ik ken, gaan uit van de al vastgelegde tuningcriteria en passen de modellen daarop aan. De aanpak die ik tijdens de training kreeg voorgeschoteld, was experimenteler. De focus lag minder op het modelleren van first principles en meer op het gebruik van schattingen van de frequentierespons om de controller iteratief af te stemmen. Hoewel deze benadering van feedbackcontrole nieuw voor mij was, werd meteen duidelijk dat dit voor de regeltechnici in de Nederlandse mechatronicasector niet meer dan normaal was.’

Enthousiast over zijn eerste ervaring maakte Licks vorig jaar twee keer de lange reis over de Atlantische Oceaan, voor nog twee cursussen in het trainingsprogramma van High Tech Institute: ‘Advanced motion control’ en ‘Experimental techniques in mechatronics’. ‘Ik was onder de indruk van de cursussen die ik volgde; ze hebben me echt geholpen om mijn vaardigheden en begrip van de Nederlandse mechatronicabenadering aan te scherpen, zowel praktisch als theoretisch’, stelt Licks. ‘De docenten waren zeer deskundig en ze waren allemaal professioneel met elkaar verbonden doordat ze in het verleden hadden samengewerkt of samen hadden gestudeerd. Dat maakt een groot verschil voor de continuïteit en coherentie van de inhoud die ze leveren – allemaal met hetzelfde vocabulaire en dezelfde experimentele referenties.’

‘De curricula zijn betekenisvol en relevant. Ze zijn op maat gesneden voor iemand die een compleet beeld wil krijgen van het vakgebied van mechatronicaontwerp. De cursussen zijn zo opgebouwd dat sommige thema’s continu terugkomen, maar vanuit verschillende perspectieven en met toenemende complexiteit. Dit is zeer de moeite waard omdat je het gevoel hebt dat iemand tijd en moeite heeft gestoken in wat er in elk van de cursussen is opgenomen’, zegt Licks. ‘Zeer waarschijnlijk is dat het werk van veel mensen en het resultaat van ervaringen door de jaren heen, maar ook van de zorg om ‘de cirkel te sluiten’ met feedback van studenten.’

In welk opzicht verschilden deze trainingen van andere die je elders hebt gevolgd?

‘Deze trainingen hebben mij vooral een ander perspectief gegeven op hoe feedbackcontroletheorie kan worden onderwezen. Ook hebben ze me het belang laten inzien van het creëren van gemeenschappelijke projectkaders voordat je die met al je teamleden deelt en ervoor zorgt dat elk nieuw teamlid er zo snel mogelijk goed in thuis is. Als buitenstaander was het voor mij heel interessant om te zien hoeveel gedeelde kennis er is in deze branche in Nederland. Mensen zijn op een positieve manier geïndoctrineerd om dezelfde conceptuele tools en hetzelfde vocabulaire te gebruiken, wat de regio veel productiever maakt. Het is geweldig om te ervaren dat al deze mensen zo opgewonden raken van een experimentele Nyquist-plot’, lacht Licks. ‘Wat een vurige toewijding aan de frequentieresponsfunctie.’

Het Automation and Control Lab aan het Insper College in São Paulo. Foto: Insper

Pragmatisch

Een ander specifiek verschil dat Licks is opgevallen in de Nederlandse cursussen ten opzichte van andere: de stijl en vorm waarin de trainingen worden aangeboden. Eerdere trainingen die Licks volgde, waren altijd óf extreem theoretisch óf puur empirisch. ‘Docenten uit de academische wereld zijn meer geneigd tot theorie, terwijl industriële onderwijzers doorgaans juist naar de andere kant doorslaan. Wat ik in Nederland heb meegemaakt, was een methodologie die beide werelden zo vermengde dat de theorie altijd door experimenten werd ondersteund. Je ziet dat theorie in de praktijk echt werkt en je begrijpt goed waarom dit werkt vanwege de theoretische achtergrond. Het is deze benadering van lesgeven en leren die veel van het pragmatisme weerspiegelt dat is ingebed in de Nederlandse manier van mechatronica ontwerpen.’

Heb je plannen om terug te keren voor een vierde training?

‘Jazeker. Ik kijk ernaar uit om de training ‘Advanced feedforward and learning control’ bij te wonen. Ik moet alleen de organisatoren nog even overtuigen om extra sessies rond de zomer in te plannen als het weer in Nederland wat beter is.’