CBS: Machine-industrie in Nederland blijft groeien

Alexander Pil
5 april

Door een gestage groei van de machine-industrie in deze eeuw behoort deze bedrijfstak inmiddels tot de grootste binnen de industrie van Nederland wat betreft toevoegde waarde. Terwijl de aandelen van de andere industriële branches tussen 1995 en 2021 gelijk bleven of afnamen, is het aandeel van de machine-industrie gestegen van 6,4 procent naar 17,2 procent van de totale toegevoegde waarde van de industrie. Hierdoor is de machine-industrie nagenoeg even groot geworden als de twee traditioneel grootste onderdelen in de Nederlandse industrie, voeding en chemie. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. De toegevoegde waarde van de totale industrie was in 2021 93,4 miljard euro, waar dit in 1995 nog 50,6 miljard was. De machine-industrie is in die tijd gestegen van 3,2 miljard naar 16,1 miljard euro.

De werkgelegenheid binnen de machine-industrie groeide mee met de stijging in toegevoegde waarde van 73,5 duizend banen in 2010 naar 91,4 duizend banen in december 2020. Grote bedrijven (met honderd werkzame personen of meer) omvatten een steeds groter aandeel in de werkgelegenheid. In 2010 werkten 38,9 duizend mensen oftewel 52,9 procent van alle werknemers in de machine-industrie bij een dergelijk groot bedrijf. In 2020 is dit aandeel opgelopen tot 64,1 procent (58,6 duizend).

De machine-industrie is ook op het gebied van r&d-investeringen relatief sterker gegroeid dan de andere industriële branches. In 2013 was de machine-industrie nog verantwoordelijk voor 28,6 procent van de totale uitgaven aan r&d door de industriële sector. In 2019 was dit gegroeid naar 37 procent oftewel 2,2 miljard euro. Dit komt neer op bijna een vijfde deel (18,4 procent) van de r&d-uitgaven van bedrijven.