‘China gaat van iedereen winnen’

Op uitnodiging van Festo bracht Mechatronica&Machinebouw een bezoek aan China. Naast het officiële programma maakten we tijd vrij om ook een aantal Nederlandse hightechbedrijven in Shanghai en het nabijgelegen Suzhou te bezoeken. Een verslag.

Alexander Pil
20 januari 2014

Het gaat goed met Festo. In 2012 realiseerde de Duitse aandrijfspecialist een omzet van 2,4 miljard euro. Een record. Ook het aantal medewerkers groeide, van 15,5 duizend naar 16,2 duizend wereldwijd. Het bedrijf moet het allang niet meer hebben van zijn thuismarkt: de omzet in West-Europa groeide slechts met twee procent. Hoewel Festo in Duitsland nog wel de grootste omzet boekt, zit de rek vooral in China.

Niet ‘Made in Germany’ of ‘Made in China’ maar het stempeltje ‘Made by Festo’, dat is het doel van Festo’s wereldwijde productierichtlijnen. Zo is de kwaliteit in de fabriek in Jinan (China) hetzelfde als die in Rohrbach (Duitsland).

De afgelopen jaren groeide Festo als kool in de volksrepubliek. Percentages van twintig tot dertig procent waren heel normaal. De acht procent stijging van 2012 is dus relatief bescheiden. ‘De komende tijd moeten we inderdaad niet rekenen op groeipercentages van boven de twintig procent, maar dubbele cijfers zijn zeker mogelijk’, denkt JJ Chen, general manager van Festo Greater China. ‘China is de grootste thuismarkt, heeft de hoogste industriële output en de grootste automotivemarkt, een van de belangrijkste sectoren voor Festo. Het gevolg is dat China de komende jaren de grootste markt voor automatiseringsoplossingen zal zijn.’

Hoewel de Chinese handjes in vergelijking met de Europese nog altijd erg goedkoop zijn, is er een duidelijke trend dat de lonen hier snel omhooggaan. Een werknemer die aan het eind van het jaar een loonsverhoging van tien procent vraagt, is geen uitzondering. Ook in China wordt daarom steeds meer gekeken naar geautomatiseerde oplossingen. Chen: ‘Dat biedt enorme groeimogelijkheden voor ons. Daar profiteert Festo nu al van en dat zal de komende jaren zeker zo blijven.’

Net als voor veel andere bedrijven is China ook voor Festo de place to be. Het heeft daarom de internationale pers uitgenodigd voor een reis langs een aantal van zijn Chinese vestigingen. De eerste stop is een van de elf global production centres (GPC) die Festo wereldwijd heeft opgezet. We zijn in Jinan, grofweg halverwege tussen Beijing en Shanghai. Met bijna zeven miljoen inwoners is Jinan naar Chinese maatstaven niet meer dan een bescheiden provinciehoofdstad. De hoge flats, kantoorcomplexen en woontorens schieten er echter uit de grond. Overal wordt gebouwd, in voorbereiding op de gewenste groei van de stad.

 advertorial 

Events als een service

Dat u uw (potentiële) klanten niet meer kunt spreken op een beursvloer, betekent niet dat u geen contact meer met ze kunt hebben. Huur Mechatronica&Machinebouw in om uw (online) event of webinar te organiseren. Wij zorgen voor de hosting en registratie, en we bieden online promotie aan om ervoor te zorgen dat uw event een succes wordt. Neem contact met ons op via events@techwatch.nl voor meer informatie over de mogelijkheden en tarieven.

Festo bouwde het GPC in Jinan op de fundamenten van Jinan Pneumatic Company, een Chinees staatsbedrijf dat het in 2006 overnam. Twee jaar geleden investeerde Festo zo’n twintig miljoen euro om de fabriek te updaten en te vergroten van 20 duizend naar 46 duizend vierkante meter. Inmiddels werken er duizend man en is de productie op Festo-niveau.

Dat laatste was een belangrijke uitdaging voor Festo. Het bedrijf wil op zijn producten niet het stempeltje ‘Made in Germany’ of ‘Made in China’ zetten. Het moet ‘Made by Festo’ zijn. ‘En dat is niet eenvoudig’, vertelt Hong Zhou, general manager van Festo Production China. ‘Festo heeft ruim dertigduizend producten in zijn catalogus staan, plus alle klantspecifieke oplossingen. Daar komt bij dat veel bestellingen made to order zijn. Logistiek hebben we er ten slotte te kampen met grote variaties in de volumes. De ene dag maken we bijvoorbeeld twintigduizend cilinders. De dag erna kan dat zomaar dertig procent meer of minder zijn.’

Om toch de kwaliteit van de wereldwijd geproduceerde oplossingen te kunnen garanderen, houden de werknemers zich aan het Festo Value Production-systeem. FVP is een serie internationale standaarden voor alle (productie)processen. Tijdens een rondleiding door de fabriek in Jinan blijkt ook hier die Duitse Gründlichkeit te heersen. Geen smerige, rommelige fabriekshallen die je misschien in China zou verwachten, maar duidelijk gestructureerde processen die zeer vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld Festo’s GPC in het Duitse Rohrbach. Ook het lokale interne opleidingscentrum is strak geregeld met een Duitser aan het roer.

Smogwolk

Festo is van oorsprong een specialist in pneumatiek. ‘Ik krijg weleens de vraag waarom we ook elektrische oplossingen leveren’, zegt Paul Frölich, een Nederlander die sinds anderhalf jaar salesmanager is voor elektrische aandrijvingen in de regio Asia Pacific. ‘Wij positioneren ons echter als expert in motion. Dat betekent dat je je niet moet beperken. Het mag niet zo zijn dat een oplossing niet optimaal is omdat Festo alleen pneumatische componenten levert. Doordat we nu die twee technologieën kunnen leveren, kunnen we ze ook combineren: de beweging in de ene richting doe je dan bijvoorbeeld pneumatisch, die in de andere richting elektrisch. We kunnen dus steeds de meest optimale oplossing kiezen.’

Geen Fyra-praktijken in China: de hogesnelheidstreinen rijden er keurig op tijd.

Waarom doet Festo niet aan de derde aandrijfmethode: hydrauliek? ‘Dat is een keuze’, antwoordt Frölich. ‘Kijk, we komen uit de pneumatiek. Dat betekent dat je werkt met componenten van een paar gram tot ongeveer een ton. Het werkterrein van elektrische aandrijvingen overlapt dat gedeeltelijk en gaat nog verder tot ongeveer twee ton. Hydrauliek is goed in grotere gewichten en grotere krachten. De industrieën waarin Festo actief is, vragen niet om die hoge krachten.’

Met de hogesnelheidstrein – die in China wel keurig op tijd rijdt – schieten we de volgende dag naar Shanghai. Daar heeft Festo sinds 2001 een technical engineering centre (TEC). Omdat de eisen aan automatiseringsproducten en -oplossingen in China en Azië anders zijn dan in Europa, breidde Festo deze vestiging vorig jaar uit naar bijna zestig ingenieurs. ‘Het nieuwe TEC ligt in het hart van de Chinese markt, wat de communicatie vergemakkelijkt en onze reactietijd versnelt’, legt vestigingsdirecteur Kenan Hafuz-Hasan uit. ‘Het doel is om innovatieve producten te ontwerpen voor onze lokale klanten. In the region, for the region.’

In hoeverre stellen Chinezen andere eisen aan hun producten? Hafuz-Hasan: ‘Het gaat vaak om kleine dingetjes. Ze willen net een andere connectie, net een andere aansluiting. Onze designers in Europa zitten te ver van het vuur om goed daarop te kunnen anticiperen.’

’s Avonds tijdens het diner op de boot die ons dwars door Shanghai vaart, gaat Frölich nog wat verder in op de verschillen. ‘Chinezen hebben de neiging om hun machines vol te stoppen. Europeanen nemen er vaak wat meer de ruimte voor. Dat betekent dat we hier compactere producten en modules moeten leveren. Ook draaien de systemen hier in andere, vaak stoffige omgevingen’, en hij verwijst naar de smogwolk die boven Shanghai hangt. ‘Dat vraagt om andere afdichtingen. Ten slotte hebben Chinezen vaker belangstelling voor de uitgeklede versies van onze producten. Alle functionaliteit die ze niet absoluut nodig hebben, moet eruit.’

‘Geen probleem’

Bas Kreukniet, operations director van NTS Mechatronics Shanghai, verwoordt die laatste eis nog wat beeldender. ‘Neem de MRI-scanner van Philips. Een fantastisch apparaat natuurlijk, maar hier in China maken ze zich echt niet druk of de patiënt zich optimaal voelt tijdens de procedure. Uiteraard zijn er ziekenhuizen voor de rijken waar dat wel het geval is, maar voor de duizenden andere ziekenhuizen in het land is dat echt geen issue. Het gaat erom dat de klus wordt geklaard.’

Kreukniet werkt met een korte tussenpoos sinds 2005 bij de Chinese NTS-vestiging, die onder meer robotarmen produceert voor de elektronica-assemblagemachines van Assembléon. Hij hielp er om het lokale leveranciersnetwerk op te zetten. ‘Slechts een kwart van onze leveranciers komt nog uit het buitenland. Die vertegenwoordigen wel drie kwart van de waarde. De spindels komen uit Japan, de motoren uit Duitsland. Veel klanten schrijven dat voor. Die willen bijvoorbeeld per se een Wittenstein-motor die voor hen op maat is gemaakt. Ik ben het nog niet tegengekomen dat ze overwegen om daar een Chinese partij voor te zoeken. Op dat soort kritieke punten is het design vaak bevroren.’

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om de juiste partners te vinden voor de minder kritieke onderdelen, vertelt Kreukniet. ‘‘Méi wèntí’, zeggen ze dan, ‘geen probleem.’ Maar het is geen Nederland. Eerst zien, dan geloven. We hebben regelmatig onze neus gestoten. Je moet echt doorvragen. Ook de standaard reactie ‘we can try’ biedt geen enkele garantie. De wil is er vaak wel, maar wij zitten in een rare markt voor Chinezen: low volume, high mix. Dat sluit meestal niet aan bij hun businessmodel. Inmiddels hebben we goede leveranciers gevonden die inzien dat de marges op onze producten groter zijn dan in de massaproductie. Maar zelfs dan is het absoluut noodzakelijk om alle aangeleverde goederen bij binnenkomst goed te checken en door te meten. In Nederland hoeft dat niet, hier zeker wel.’

Festo ontwerpt in Shanghai in the region, for the region. Voorlopig gaat het nog om relatief kleine aanpassingen aan bestaande producten.

Wat levert het hightechbedrijven op naar China te komen? ‘In eerste instantie liggen de lonen hier nog altijd veel lager dan in Europa’, antwoordt Kreukniet. ‘Een gemiddelde monteur verdient hier ongeveer driehonderd euro per maand. Ook het kantoorpersoneel zit op dat niveau. Hoe meer verantwoordelijkheid, hoe hoger het salaris natuurlijk. Op de maakdelen en componenten ben je vijftien tot twintig procent goedkoper uit. Dat alles moet opwegen tegen de transportkosten. Daarom vervoeren we bijna alles per boot omdat je anders je voordeel alweer bijna kwijt bent. Nadeel is dat die reis lang duurt. Zeker als je bedenkt dat Assembléon een levertijd hanteert van een paar weken. Onze robotarmen moeten dus al op de boot liggen.’

Neodymium

Waar Shanghai groot is in diensten en drijft op zijn haven, is Suzhou het technische hart van China. Samen met het nabijgelegen Wuxi heeft de Chinese overheid de stad, een kleine honderd kilometer ten westen van Shanghai, bestempeld als hightechregio. De naar Singaporees model opgezette vrijhandelszone spiegelt zich graag aan Silicon Valley. Op twee gigantische industrieparken ten westen (Suzhou New District) en ten oosten (Suzhou Industrial Park) van het oude stadscentrum wemelt het van de buitenlandse multinationals zoals Akzo Nobel, Bosch, Canon en Nokia, maar ook kleinere spelers als Alstom, Schneider Electric en SEW Eurodrive hebben er een vestiging.

Voor het Almelose Tecnotion is er een speciaal voordeel om in China te zitten. Zo’n negentig procent van de wereldwijd beschikbare voorraad aan neodymium en dysprosium komt namelijk uit mijnen in het noorden van het land. China profiteert van deze monopoliepositie door de prijzen kunstmatig hoog te houden. Deze aardmetalen vormen echter het basisbestanddeel van de magneten die Tecnotion nodig heeft in zijn lineaire motoren. ‘Doordat we direct kunnen inkopen en geen tussenpersoon nodig hebben, zijn de magneten veel goedkoper’, vertelt Michel Heck, deputy general manager van de Tecnotion-vestiging in Suzhou New District. ‘Het scheelt een boel geld, helemaal als je bedenkt dat de magneten in onze standaard producten een zeer belangrijk deel van de materiaalkosten voor hun rekening nemen.’

NTS produceert in Shanghai de robotarmen voor pak-en-plaatsmachines van Assembléon.

In Suzhou produceert Tecnotion zijn catalogusmotoren. Zou het ook de high-end motoren die het voor bijvoorbeeld ASML bouwt, kunnen overbrengen naar China? ‘Dat moet je niet willen’, antwoordt Heck. ‘De klanten voor onze standaard producten zitten steeds vaker in deze regio. Die wil je lokaal bedienen. De nauwkeurigheidseisen voor onze meest geavanceerde motoren liggen zo hoog, daar moet je zo veel aan meten, dat krijg je hier niet zo snel gedaan.’

Net als NTS merkt Tecnotion vrijwel dagelijks dat Chinezen kwaliteit niet hoog in het vaandel hebben staan. ‘In China ben je als klant de controlerende instantie. Leveranciers doen dat hier niet’, heeft Heck ervaren. ‘Dat zijn ze niet gewend. In het verleden maalde niemand erom als het niet helemaal voldeed. Chinezen zijn ook al snel tevreden. De eerste keer dat ze iets leveren, is het meestal niet goed, bijvoorbeeld omdat ze niet goed hebben doorgevraagd. Daar heb je last van.’

Ondanks die hindernissen constateert Heck een steeds eerdere transitie van Almelo naar Suzhou. ‘Echte productontwikkeling doen we hier nog niet. Aan de andere kant is het ook niet meer zo dat we in Nederland verschillende preproto’s en proto’s bouwen voordat we de productie overhevelen naar China. Zo zijn we hier nu al bezig met de productie van onze nieuwe moving magnet-serie die nog in ontwikkeling is. Chinezen zijn niet helemaal klaar voor nanotechnologie en hightech. Het zelf verzinnen van een oplossing, van de volgende stap, daar zijn ze nog niet zo goed in.’

Couveuse

Keytec heeft wel een volwaardige designafdeling in Suzhou. Het bedrijf met een administratief hoofdkantoor in Eindhoven is gespecialiseerd in de productie en assemblage van kunststof en metalen componenten, vooral voor automotive, CE en medische systemen. ‘Soms heerst het vooroordeel dat China een derdewereldland is. Dat is echt onzin. Mijn Chinese designers geven advies aan onze westerse opdrachtgevers hoe ze de producten goedkoper kunnen maken’, zegt Maarten Langendonk, R&D-manager van Keytec Suzhou, of zoals hij het zelf betitelt ‘de linker- en rechterhand van de directeur’. ‘Toen ik hier zestien jaar geleden voor de eerste keer arriveerde, had ik zo’n zelfde blik: ‘Wat ze in China maken, dat kunnen wij in Europa veel beter.’ Daar ben ik snel van teruggekomen. Per jaar studeren hier gemiddeld driehonderdduizend ingenieurs af. Chinezen bouwen hun eigen Migs en hun eigen raketten. China gaat iedereen verslaan.’

Ondanks de stijgende salarissen in China vindt Langendonk dat automatisering niet altijd de oplossing is. ‘In Europa proberen we een productieproces tot in de puntjes te automatiseren. In China kun je het vaak goedkoper doen door er toch even een mannetje bij te zetten.’ In de fabriek toont hij een extreem voorbeeld. Voor British Telecom assembleert Keytec bijna een half miljoen breedbandmodules per maand. ‘Dat zou automatisch kunnen’, geeft Langendonk toe, ‘maar de printplaten bevatten veel passieve componenten die we met de hand plaatsen voordat ze in verschillende configuraties door de soldeerlijn gaan. Met een SMT-machine zou de assemblage wellicht sneller kunnen, maar dat zijn dure apparaten met een lange return on investment. BT werkt met tenders en als je na zo’n contract van twee jaar geen verlenging krijgt, heb je de investering in die machine er nog niet uit.’

Een van de redenen dat Technotion in China zit, is dat dat land bijna een monopolie heeft of magneetgrondstoffen. ‘Nu kunnen we inkopen zonder tussenpersoon’, vertelt Michel Heck op de Tecnotion-vestiging in Suzhou.

Keytec heeft er daarom voor gekozen om de productie grotendeels met de hand te doen. In een zaaltje staan veertig medewerkers aan de productielijn. Iedereen neemt een kleine stap in het proces voor zijn rekening. Dat die aanpak niet ten koste van de kwaliteit hoeft te gaan, blijkt uit het feit dat onlangs de mijlpaal is gevierd van tien miljoen foutloze modules op rij.

Langendonk kwam in 2006 naar China om het productieproces voor een Philips-systeem te optimaliseren. ‘Wij zijn in 2000 in Suzhou gestart omdat we dicht bij onze klant wilden zitten en met Philips als kruiwagen was het voor ons makkelijker om bij instanties binnen te komen’, vertelt hij. ‘Bureaucratie is echt iets waar je tegenaan zult lopen als je in China een bedrijf wilt opzetten.’ Het Philips-product sloeg niet aan, maar Keytec had wel een grote hal opgezet met een beoogde output van drie miljoen stuks per jaar. ‘We hebben onze vloer toen beschikbaar gesteld aan bedrijven die in China willen starten.’ Onder meer het Woerdense Mirror Controls International, dat actuatoren maakt voor achteruitkijkspiegels, betrad via Keytec de Chinese markt. ‘We zijn een couveuse: we helpen partijen met onze ervaring in China. Een vliegende kraai vangt altijd wat, dat is de visie. Zulke startende bedrijven leggen regelmatig werk bij ons neer. Via het Duitse Via Optronics scoorden we bijvoorbeeld een opdracht bij BMW.’

Mentaliteit

Ton de Haan, directeur van VDL ETG Suzhou, legt in een interview de nadruk op twee belangrijke aspecten in China: het kwaliteitsbewustzijn dat nog steeds voor verbetering vatbaar is en het feit dat Chinezen erg actiegericht in plaats van resultaatgericht zijn. ‘Uiteindelijk gaat het om commitment en niet om involvement’, zegt De Haan, die sinds dit voorjaar die mentaliteit probeert te beïnvloeden bij zijn medewerkers. ‘De kern van mijn boodschap is eigenaarschap en ondernemerschap. Ze kijken in China al snel naar hun leidinggevende, maar ik verwacht dat ze zelf in staat zijn de organisatie te managen. Alleen dan kun je kennis borgen in een organisatie. Dit veranderingsproces gaat langzaam, maar mijn managementteam pakt het goed op. Dat zijn mijn ambassadeurs. Ook de rest van de fabriek moet nu gaan ervaren dat dit de basis is voor duurzame resultaten.’

VDL ETG produceert in Suzhou onderdelen en modules voor grote klanten als ASML, Fei, KLA Tencor en Philips, maar ook kleinere partijen leggen er opdrachten neer. Zo maakt het snijkoppen voor het Amerikaanse Gerber Scientific. Veelal gaat het om plaatwerk en metalen constructies zoals de grote spiraalconveyers voor Ambaflex uit Zwaag. ‘Twee derde van onze output blijft in Azië, maar slechts een klein deel in China’, vertelt De Haan. ‘Gezien de transportkosten en de exportbelasting is het dus belangrijk goed te letten op de uitgaven.’

Directeur Ton de Haan probeert de mentaliteit bij zijn medewerkers bij VDL ETG in Suzhou te beïnvloeden: ‘Ze kijken in China al snel naar hun leidinggevende, maar ik verwacht dat ze zelf in staat zijn de organisatie te managen.’

Heeft De Haan moeite om aan geschikt personeel te komen? ‘We hebben een aantal vacatures openstaan en het valt niet mee om die in te vullen. Draaiers en frezers zijn er wel omdat die disciplines op school worden onderwezen. Goede lassers en painters zijn een stuk lastiger te vinden. We werken samen met het lokale Institute of Vocational Technology. Daarnaast overwegen we – eventueel in samenwerking met die mts – een interne opleiding op te starten.’

De Haan is op dit moment de enige Europeaan in de Suzhou-organisatie. Zou een Chinees in de toekomst de vestiging kunnen leiden? ‘In principe moet dat kunnen, vind ik. Het zou getuigen van ongepaste arrogantie als je denkt dat er tussen die anderhalf miljard Chinezen niet iemand is die een westers bedrijf kan managen. Anderzijds kan het een bewuste keuze van het management zijn om een Nederlander aan het hoofd te hebben en te houden. Dat is de strategie van VDL.’