Culturele communicatie

Collin Arocho is Amerikaan en redacteur bij Mechatronica&Machinebouw.

20 september 2019

‘De anderen zijn enthousiast dat je bij het team komt, maar ik heb nog mijn twijfels.’ Dat waren de eerste woorden die de directeur tegen me zei, tijdens mijn eerste sollicitatiegesprek in Nederland. ‘Het lijkt wel of Amerikanen extreem gevoelig zijn over vrijwel alles. Jij ook?’, ging hij verder. Zijn communicatiestijl overrompelde me. Hoe moest ik daar nou op reageren? Was het een belediging? Ik ben Amerikaan, ja, maar wat heeft dat te maken met gevoeligheid? Eén ding was zeker: ik was gelijk ontgroend voor de Nederlandse arbeidsmarkt.

Het gesprek vorderde en de directe manier van vragen stellen hield aan. ‘Wat gebeurt er als een van ons zegt dat je ‘beroerd’ werk hebt afgeleverd?’ Pas toen begon het me te dagen waar hij naartoe wilde. Eigenlijk was het een heel redelijke vraag om te stellen aan potentiële werknemers. Hoewel zijn benadering wat grof leek en ik even met mijn mond vol tanden stond, probeerde hij alleen te achterhalen of ik over een competentie beschikte die nodig is in dit werk: omgaan met kritiek. Het was een spoedcursus in culturele communicatie, en een les die ik niet snel zal vergeten.

In mijn nog korte carrière als technologiejournalist ben ik fan geworden van de Nederlandse manier van communiceren. Mensen in dit land houden niet van omfloerste termen, maar zeggen precies wat ze denken. Hoewel me dat uit mijn comfortzone duwt en het zeker even wennen is – een proces waar ik nog middenin zit – kan dit soort directe interactie heel handig zijn omdat je altijd precies weet waar je staat.

Nederlanders zijn ongelooflijk goed in me te laten weten dat ik een buitenlander ben. Ik weet niet precies wat het is als ik mensen ’s ochtends vraag hoe het gaat, maar het ontevreden gemopper dat ik terugkrijg, is opvallend. Er is mij verteld dat het te Amerikaans overkomt of niet gemeend is – nog wat Nederlandse directheid – maar het is oprecht en ik meen wat ik vraag. Ik ben van nature gewoon vriendelijk. Is dat wat ‘te Amerikaans’ betekent?

 advertorial 

Keynote by ASML during the Digital Twin Conference

On 4 November, the online Digital Twin Conference will take place. The keynote by Ignacio Alonso and Helen Kardan will introduce ASML’s vision and dream for digitalization of ASML’s Twinscan products, an enabler for future societal and industrial progress. Get your online ticket now to receive access to the livestream and the presentation videos (on demand).

Als de extraverte expat moet ik zeggen dat het ontvangen van kritiek helemaal niet zo’n probleem is. Veel moeilijker is het om dat soort feedback te geven. Hoe moet je kritisch zijn tegen de persoon die je salaris betaalt? En hoe vertel je aan collega’s met jarenlange ervaring dat je het anders ziet? Dat is een interessante leercurve en je hoort het van me als ik het antwoord heb gevonden.

Een ander cultureel verschil: ligt het aan mij of houden Nederlanders wel heel erg veel van vergaderen? ‘Laten we nog een keer bij elkaar komen en verder discussiëren, deze week, volgende week en volgende maand.’ Het lijkt een terugkerend thema in het Nederlandse bedrijfsleven. Kunnen we nou eindelijk eens een besluit nemen? Moeten we echt nog verder praten?

De realiteit is dat beslissingen absoluut sneller kunnen worden genomen. De baas kan immers gewoon de knoop doorhakken. Maar ik heb ervaren dat het zo niet gaat in Nederland. Het is me niet helemaal duidelijk waar de aversie tegen autoriteit vandaan komt, maar Nederlanders houden gewoon niet van hiërarchie. De machtsstructuur is zo plat als het landschap, en beslissingen zijn een teaminspanning waarbij consensus de sleutel is.

Natuurlijk, als je al deze sterke meningen bij elkaar brengt, levert dat geheid onenigheid, wrijving en heel wat geklaag op – is er ooit iemand tevreden over het weer? Maar in plaats van verzanden in politieke correctheid zijn Nederlanders altijd recht voor z’n raap, en dat doet wonderen in een wereld waar alles draait om vooruitgang.