Data of informatie – waar zit de waarde?

Angelo Hulshout heeft een ambitieus plan om fabrieken efficiënter te maken met behulp van Smart Industry-technologieën als het internet of things, cloud en machine learning. In Mechatronica&Machinebouw rapporteert hij over de voortgang van zijn inspanningen.

Angelo Hulshout
23 maart

Onlangs raakte ik verwikkeld in twee gerelateerde discussies, zij het in compleet andere omgevingen en met compleet andere mensen. In de eerste discussie, rond een opdracht voor een klant, ging het om de vraag: waar zit de waarde van digitalisering? De tweede discussie, op Linkedin, draaide om de vraag: wat is het levensbloed van digitalisering?

Foto: Thea op Unsplash

Ik kwam tot de conclusie dat beide vragen hetzelfde antwoord hebben. Laten we ze eerst eens los van elkaar bekijken.

De waarde van digitalisering

Volgens een collega bij het High Tech Software Cluster is digitalisering iets waarvan 97 procent van de bedrijven vindt dat ze er iets aan moeten doen, terwijl 93 procent niet weet waar te beginnen. Of die percentages kloppen, heb ik niet geverifieerd, maar het strookt wel met mijn beeld van de (mkb-)maakindustrie.

Wij werken zowel in Nederland als in Italië, en ik zie het in beide landen. Heel vaak is de eerste vraag: kunnen jullie ons helpen aan een mes-systeem of ons erp-systeem koppelen aan onze productielijnen? Het gesprek dat daarop volgt, maakt al snel duidelijk dat veel bedrijven die eerste stap richting digitalisering willen zetten in de hoop daarvan te leren wat het hun echt kan brengen. Een bijna blinde investering dus, waarvan het succes niet gegarandeerd is.

Het helpt dan heel erg om de vragende partij aan de hand te nemen en samen uit te vinden wat ze eigenlijk graag zouden hebben. We kunnen uitleggen wat Smart Industry betekent, maar vaak is het effectiever om te praten over wat het bedrijf zelf bezighoudt. Dan blijkt dat iedereen op zoek is naar vrijwel hetzelfde: meer inzicht in planning, executie en logistiek. Waar zit ruimte om effectiever te plannen en te produceren, en waar zit ruimte om duurzamer te werken? Effectiviteit en efficiëntie worden daarbij nogal eens met elkaar verward, maar dat is in een direct gesprek snel rechtgezet.

En daar ligt ook het antwoord op de vraag waar de waarde van digitaliseren zit. Digitalisering maakt het eenvoudiger om inzicht te krijgen omdat de antwoorden op de gestelde vragen gemakkelijker boven water kunnen worden gehaald. Er kan namelijk data uit een geautomatiseerd systeem worden getrokken – data die er al was maar verborgen zat in de hoofden van mensen en besturingssystemen van productielijnen.

Toch is het dat niet helemaal. Al die data – honderdduizenden datapunten met temperaturen, materiaalposities, roteersnelheden, elektrische stromen – levert niet direct het benodigde inzicht. Daarvoor is nog een vertaalslag nodig, misschien zelfs wel meerdere. Die vertaalslagen maken data tot informatie, en informatie is wat ons nieuwe inzichten geeft. Voor mij is het beschikbaar maken van informatie de echte waarde van digitalisering voor een bedrijf.

Het levensbloed van digitalisering

In de Linkedin-discussie over het levensbloed van digitalisering stelde iemand een 15-tal mogelijke antwoorden voor, waarvan de eerste vijf allemaal het woord ‘data’ bevatten en waarin het woord ‘informatie’ niet voorkwam. Toen ik mijn redenering over de waarde van digitalisering gebruikte om aan te tonen dat informatie als optie ontbrak, kreeg ik als eerste reactie dat we zonder data geen informatie kunnen vormen. Dat is natuurlijk een terechte constatering, maar of we data daarmee het levensbloed mogen noemen van digitalisering, waag ik te betwijfelen. Niet omdat ik graag gelijk wil hebben maar omdat deze insteek leidt tot een onnodig grote technische uitdaging.

De Amerikaan Andrew Ng, een van de goeroes op het gebied van big data en kunstmatige intelligentie, legt dit helder uit in een recent interview met IEEE Spectrum. Hij haalt een systeem aan voor gezichtsherkenning waaraan hij zelf heeft meegewerkt en dat is getraind met 350 miljoen foto’s. Hij zegt daarover: ‘Architecturen gebouwd voor honderden miljoenen afbeeldingen werken niet als je ze zomaar vijftig afbeeldingen geeft. Maar met vijftig goede voorbeelden kun je iets waardevols bouwen, zoals een goed werkend foutdetectiesysteem.’ Hij komt tot de conclusie dat we van big data toe moeten werken naar ‘smart data’: genoeg maar niet te veel om ons doel te bereiken. In termen van technische uitdaging: het is onnodig complex om een systeem te bouwen dat alleen werkt met heel veel data, en schier onmogelijk om er een te bouwen dat werkt met zowel veel als weinig data.

Als ons doel is om inzicht te verkrijgen door informatie te genereren, dan is ‘smart data’ dus een goed idee: precies genoeg data, van de juiste kwaliteit en daarmee een technisch behapbaarder systeem voor informatiecreatie. Daarmee is data nog steeds heel belangrijk, maar is informatie datgene geworden dat digitalisering drijft – informatie als levensbloed van digitalisering.

Op deze manier is het antwoord op beide vragen voor mij hetzelfde. Voor mij geen big data en geen digitalisering om het digitaliseren: in maakbedrijven hebben we informatie nodig om inzichten te genereren die tot veranderingen en met name verbeteringen leiden. Daar moet het om draaien.