De best genetwerkte fabriek staat in Nederland

Digitaal samenwerken in de keten is een van de doelen van Smart Industry. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het koppelen van ict-systemen tussen bedrijven is meestal niet eenvoudig. De huidige praktijk is dat veel bedrijven dit oplossen met handwerk: medewerkers typen informatie uit een binnengekomen order over in het eigen systeem. In het Fieldlab Smart Connected Supplier Network wordt gewerkt aan oplossingen hiervoor. Naar schatting kan een veilige, efficiënte uitwisseling van data tussen industriële partners tot wel twintig procent schelen in kosten en fouten. 

Peter Laloli is projectmanager bij TNO.

18 februari 2017

Nieuwe productietechnologieën en de snelle ontwikkelingen binnen de ict bieden de industrie veel nieuwe kansen. Het gaat niet alleen om nieuwe manieren van produceren en nieuwe businessmodellen, maar ook om nieuwe vormen van samenwerking tussen bedrijven binnen de keten en over ketens heen. Juist voor de hightech maakindustrie biedt de digitalisering kansen om sneller, flexibeler en efficiënter samen te werken. Die keten bestaat uit een relatief klein aantal eindfabrikanten (oem’s) en een groot netwerk van soms wel vijf lagen toeleveranciers die samen hightech producten geheel volgens specificaties van de klant maken. Met een digitaal geïntegreerde hightech maakindustrie waar automatisch bedrijfsinformatie (prijzen, orders, levertijden, productiestatus, et cetera) en productinformatie (bijvoorbeeld specificaties, versies van tekeningen) worden uitgewisseld, kan één virtuele fabriek voor low-volume, high-mix, high-complexity producten ontstaan. De hele keten kan hierdoor sneller nieuwe en betere producten op maat en in een grotere variëteit ontwerpen, ontwikkelen, testen en produceren.

Maar dat kan toch allemaal al, zult u denken. Deels klopt dat. Technologisch is het inderdaad mogelijk de informatie-uitwisseling tussen bedrijven te automatiseren en digitaal gegevens uit te wisselen, bijvoorbeeld via traditionele electronic data interchange (edi). In een aantal industriële sectoren gericht op massaproductie, waaronder de automotive-industrie, zijn op dit gebied positieve ervaringen opgedaan. In deze sectoren voeren eindfabrikanten een sterke regie en zijn processen gestandaardiseerd. De bedrijven werken hierdoor veelal met dezelfde systemen en applicaties waardoor de automatisering van de informatie-uitwisseling relatief gemakkelijk te realiseren is.

De hightech maakindustrie verschilt echter sterk van deze sectoren, waardoor een vergelijkbare aanpak minder eenvoudig over te nemen is. Ten eerste kent de sector een veel grotere variatie per product (low volume, high complexity). Ten tweede wordt er binnen de keten in steeds wisselende structuren samengewerkt en is de mate van regie beperkt. Hierdoor zijn processen in veel mindere mate gestandaardiseerd. Ten derde zijn niet alle relevante gegevens digitaal beschikbaar en gebruiken bedrijven verschillende systemen en applicaties voor bedrijfsprocessen. Om deze redenen hebben we hier een andere aanpak gekozen.

Het Fieldlab Smart Connected Supplier Network experimenteert met digitale technologieën die informatie-uitwisseling over de hele hightechketen heen automatiseren.

Virtuele omgeving

Het Fieldlab Smart Connected Supplier Network bestaat op dit moment uit een consortium van hightechtoeleveranciers (NTS, KMWE, Neways Technologies en Eurotechniek), Brainport Industries, softwareleveranciers (MKG, Isah, Tradecloud en Fujitsu Glovia) en TNO. Deze partijen experimenteren met de toepassing van nieuwe digitale technologieën die informatie-uitwisseling over de hele hightech maakindustrie heen automatiseren. Dit consortium, onder leiding van Brainport Industries, brengt toonaangevende toeleveranciers samen met softwareleveranciers van sturingssystemen en kennisinstellingen met specifieke expertise.

Techwatch Books: Fortunes of High Tech

In Eindhoven wordt binnen afzienbare tijd de Brainport Industries Campus gerealiseerd met als doel om een aantal toonaangevende hightechtoeleveranciers ook fysiek onder één dak te brengen. Voor het Fieldlab biedt dit een fysieke omgeving waarin samenwerken en experimenteren vooropstaan, een gezamenlijke informatie-uitwisselingshub waar deelnemers kunnen experimenteren met de nieuwe oplossingen. Het Fieldlab heeft een open-innovatieopzet en staat nadrukkelijk open voor de toetreding van nieuwe partners.

Het Fieldlab wil ervoor zorgen dat door de hele keten een order van een klant automatisch in het systeem van de leverancier wordt geladen en daar direct kan worden verwerkt. Zo creëert het Fieldlab voor een aantal praktijksituaties geheel digitaal werkende schakels in de keten, om data eenvoudig en betrouwbaar te delen.

Standaard taal

De manier waarop we dit doen, bestaat uit twee hoofdonderdelen. Het eerste onderdeel zorgt ervoor dat verschillende systemen elkaars gegevens kunnen begrijpen. De huidige systemen spreken namelijk allemaal verschillende talen. Als die systemen vervolgens met elkaar proberen te praten zonder menselijke tussenkomst, dan lukt dat eenvoudigweg niet. In het Fieldlab ontwikkelen we daarom een gezamenlijke ‘informatietaal’, een standaard taal waarin de systemen wel met elkaar kunnen communiceren. Deze informatietaal maakt het mogelijk dat systemen begrijpen welke informatie wordt uitgewisseld en wat deze betekent. Zo kan elk bedrijf zijn eigen systemen blijven gebruiken en is er slechts één vertaling naar de standaardtaal nodig, in plaats van tientallen een-op-eenvertalingen tussen alle systemen.

Het tweede onderdeel is de manier waarop de systemen met elkaar koppelen. Daarvoor ontwikkelen we in het Fieldlab standaard ‘koppelvlakken’. Hierin is eenduidig vastgelegd hoe de gegevensuitwisseling tot stand komt zodat (de systemen van) bedrijven met elkaar kunnen worden verbonden. Hierdoor ontstaat als het ware één gekoppeld systeem, zonder dat alle bedrijven moeten overstappen op hetzelfde systeem.

Voor kleinere toeleveranciers die geen professionele bedrijfsinformatie- en managementsystemen gebruiken, ontwikkelt het Fieldlab een basissoftwareapplicatie, zodat ook zij kunnen deelnemen aan de automatische uitwisseling van informatie.

Op de Hannover Messe 2016 gaf premier Rutte de aftrap voor dit Fieldlab. Nu bijna een jaar verder zijn de eerste resultaten daar.

Naar de praktijk

De samenwerking in het Fieldlab heeft ervoor gezorgd dat we een gemotiveerde groep hebben gevormd, waar verschillende vakgebieden samenkomen. Dat betekent dat we in staat zijn om onze kennis en ervaring te delen, zodat we het beste resultaat uit onze samenwerking kunnen halen. De gevarieerde groep zorgt er ook voor dat we de doelgroep goed kunnen representeren, doordat zowel kleinere als grotere maakbedrijven zich hebben aangesloten, evenals diverse softwaresystemen en kennisinstellingen. In de afgelopen periode hebben we dan ook zinvolle discussies gevoerd, die uiteindelijk tot een resultaat leiden waar wij als groep achter staan.

Hoe meer bekendheid dit project krijgt, hoe meer we merken dat dit voor nog veel meer bedrijven in de keten een belangrijk onderwerp is. Dan krijgt dit project een nog grotere meerwaarde, die ons als groep helpt bij het behalen van resultaten. Hierdoor hebben we in dit stadium van het project al voor ogen hoe de orderstroom, forecasts en wijzigingsverzoeken eruit moeten zien. Door op een open manier naar de verschillende processen te kijken, gezamenlijk nieuwe inzichten te verwerven en uiteindelijk ook om samen tot keuzes te komen, is er een basis gelegd waarmee de softwareleveranciers een systeem kunnen bouwen en aanpassen. De verschillende systemen van de verschillende leveranciers gaan de maakbedrijven in hun uitvoerende processen ondersteunen. De eerste werkende demonstratie was in 2016 onder meer al te zien op het Brainport Industries Jaarcongres en het Business Software Event.

In 2017 zetten we de volgende stap: invoering in de praktijk. Met ondersteuning van onder meer de provincie Noord-Brabant gaan we diverse systemen laten gebruikmaken van de standaard. Maakbedrijven, hun klanten en hun leveranciers zullen dan de eerste werkende schakels in de keten vormen. De belangrijkste les die we hier willen leren, is hoe maakbedrijven deze automatische gegevensuitwisseling kunnen inpassen in hun manier van werken. Natuurlijk hopen en verwachten we dat de voordelen zo duidelijk naar voren komen dat het gebruik van de standaard snel zal toenemen.

Tegelijkertijd zien we dat het netwerk zich verbreedt. Veel toeleveranciers en ict-bedrijven zijn niet alleen actief in de hightechtoeleverketen, maar ook in andere industriële ketens met vergelijkbare problematiek (enkelstuksproductie en/of hoge complexiteit). Zij kijken nu in hoeverre het concept daar ook kan worden gebruikt. Binnen de hightechketen zelf kijken we hoe ook andere informatiestromen hieraan kunnen worden gekoppeld, bijvoorbeeld rondom productengineering en lifecyclemanagement. Ten slotte zien we dat er ook internationaal steeds meer aandacht komt voor nieuwe technologische concepten, zoals industrieel internet en industrial data space, waarmee de implementatiedrempel verder kan worden verlaagd.

Het succes van de standaard is uiteindelijk afhankelijk van de hoeveelheid gebruikers ervan in de toelevernetwerken. Hoe meer partijen meedoen, hoe groter het voordeel voor alle deelnemers. Dit is dus een prachtig voorbeeld van ‘samen voor ons eigen’, om met Van Kooten en De Bie te spreken. Daarom nodigen we van harte alle geïnteresseerden uit om aan te sluiten. Dat kunnen oem’s, maakbedrijven, toeleveranciers en softwareleveranciers zijn.

Redactie Alexander Pil