Door tekorten stapt industrie af van just-in-time

Alexander Pil
21 februari

Knelpunten in de toeleverketen drijven Nederlandse industriële ondernemingen dagelijks tot het uiterste. Een recent onderzoek van Onepoll in opdracht van Reichelt Elektronik maakt duidelijk: de situatie is in zeer korte tijd verslechterd. Terwijl bij een vergelijkbaar onderzoek medio vorig jaar nog meer dan 60 procent van de ondervraagde industriële bedrijven optimistisch was over een verbetering in de komende twaalf maanden, is dat in het huidige onderzoek gedaald tot minder dan de helft. Om mislukkingen in de toekomst te voorkomen, slaan bedrijven daarom andere wegen in.

De industrie worstelt nog altijd met schaarste in grondstoffen.

85 procent van de respondenten zegt dat knelpunten in de bevoorrading het voorbije jaar een grote impact hebben gehad op hun bedrijf, met als gevolg zelfs volledige productiestilstand. Terwijl in juni 2021 bedrijven gemiddeld 38 dagen productiestilstand ondervonden als gevolg van knelpunten in de toelevering, is dit cijfer iets meer dan zes maanden later gestegen tot 47 dagen. Deze stijging betekent dat veel bedrijven hun strategie zullen moeten heroverwegen.

Was in het verleden het just-in-time-principe nog gebruikelijk, waarmee voorraden tot een minimum konden worden beperkt, blijkt dit bij leverproblemen niet meer van deze tijd te zijn. Om aan dit dilemma te ontsnappen, worden de voorraden momenteel verhoogd: 64 procent van alle respondenten bevestigt dat zij hun voorraden aanzienlijk verhogen. Ter vergelijking: in juni vorig jaar deed slechts 49 procent dit.

Is lokale productie een oplossing?

De schaarste aan grondstoffen was in juni 2021 een lichtelijk probleem (38 procent), maar verrassend genoeg is de situatie in een paar maanden tijd verbeterd: nog maar 27 procent ziet het als een aanzienlijk bedrijfsrisico. Het lijkt erop dat de Nederlandse industrie niet erg bezorgd is over eventuele problemen in de komende twee jaar. De grootste zorg voor bedrijven is dat knelpunten in de levering van kritieke onderdelen zoals micro-elektronica een probleem zullen vormen (34 procent). Verder vrezen ze lichtelijk voor stijgende energieprijzen (30 procent) en inflatie (28 procent). De bezorgdheid over een tekort aan geschoolde arbeidskrachten wordt slechts door 25 procent van de respondenten gedeeld en is dus zeker niet meer de grootste zorg van bedrijven.

Dit onderstreept dat de Nederlandse industrie tamelijk onafhankelijk is van het vermogen om bepaalde hulpbronnen te leveren. Om in de toekomst ook nog onafhankelijk te blijven, zegt meer dan de helft momenteel bepaalde producten die vroeger werden aangekocht, opnieuw zelf te produceren. 43 procent is van plan sommige producten weer zelf te gaan maken. Slechts 6 procent zegt nog geen plannen in die richting te hebben.