Een vruchtbare voedingsbodem voor systeemarchitectuur

Met een programma van negen maanden beoogt TNO’s Esi de systeemarchitectuurlat voor zowel individuen als zijn partnerorganisaties te verhogen. De opleiding brengt grote bedrijven en mkb’ers samen, van hightech tot civiele techniek. Deelnemers stimuleren zowel hun architectuurvaardigheden als hun leiderschapsskills. De uiteindelijke ambitie is om de systeemarchitectuurcompetentie van de Nederlandse hightechindustrie als geheel te versterken.

Nieke Roos
28 april

‘Ik dacht altijd dat Heijmans een bedrijf was voor grove constructiewerken, totaal niet te vergelijken met de fijnmechanica waarin wij zijn gespecialiseerd’, zegt Joost van Leeuwen, softwarearchitect bij VDL ETG. ‘Maar ik heb geleerd dat hun projecten binnen het domein van de civiele techniek net zo vooruitstrevend zijn, met zeer vergelijkbare problemen op het gebied van systeemarchitectuur.’ Johan van Rosmalen, systeemarchitect bij Heijmans, beaamt dit: ‘We monitoren asfalt, 25 bij 25 centimeter per keer, 40 kilometer lang. De schaal is anders, maar de resolutie is vergelijkbaar, en dat geldt ook voor de uitdagingen op systeemniveau.’

Foto: TNO Esi

Heijmans en VDL ETG nemen samen met ASML, Smart Robotics, Ultimaker en Vanderlande deel aan de eerste editie van de multi-company system architecting-training georganiseerd door TNO’s Esi. In zes modules, verspreid over negen maanden, ondersteunen docenten Gerrit Muller en Ale Riedstra (aspirant) systeemarchitecten om hun competenties in de driehoek markt-business-technologie te versnellen. ‘Voor het eerst in de twintig jaar dat Esi dit programma organiseert, hebben we deelnemers van meerdere bedrijven die van elkaar leren’, merkt Muller op. ‘We hebben ook de integratie van de ‘harde’ kant van architecten en de ‘zachte’ kant van technisch leiderschap verder verbeterd.’

Met behulp van Mullers Cafcr-framework leren deelnemers een systeem vanuit verschillende hoeken te bekijken. ‘Niet alleen vanuit de systeemeisen, maar ook vanuit de bedrijfscontext en de perspectieven van de klant en de andere stakeholders’, legt Riedstra uit. ‘Dit betekent dat je moet weten met welk systeem je werkt en in welke organisatie je werkt, en dat je jezelf moet kennen – wie je bent en hoe je reageert op de stress die wordt opgeroepen door het werk dat je doet.’

Zelfreflectie

Elk team van twee tot vier personen brengt systeemkennis in via een businesscase, zorgvuldig geselecteerd samen met hun zogenaamde sponsors. ‘Je kunt een sponsor zien als een soort interne klant. Dit kan een leidinggevende zijn of iemand anders binnen de organisatie die een prangende uitdaging heeft die hij graag opgelost ziet’, verduidelijkt Riedstra. Het moet een uitdaging zijn op (sub)systeemniveau, waarbij technische, klant- en zakelijke aspecten betrokken zijn, die een multidimensionale analyse vereist in zowel het probleem- als het oplossingsdomein en die vraagt om regelmatige afstemming met belanghebbenden op meerdere niveaus. Het resultaat moet een belangrijke meerwaarde opleveren voor het bedrijf.’

Tijdens de cursus werken de teams aan hun businesscase, passen ze het Cafcr-model toe en presenteren ze de resultaten aan de docenten en hun medecursisten. Daarbij krijgen ze een reeks uitdagende opdrachten van Muller over verschillende systeemarchitectuuronderwerpen, evenals kritische feedback van de andere deelnemers. Dat geeft stof tot nadenken om als ‘huiswerk’ tussen de modules door te verwerken. Als ze weer bij elkaar komen, rapporteren ze over hun voortgang en gaan ze de volgende feedbacklus in.

Foto: TNO Esi

De instructeurs ondersteunen het praktische werk met (enige) theorie en (reguliere) zelfreflectie. ‘Ik kan duizenden slides presenteren over systeemarchitectuur, maar daar laat ik de deelnemers maar een fractie van zien’, merkt Muller op. ‘Het programma gaat er niet om hen zo veel mogelijk door de strot te duwen; het gaat erom hen te helpen groeien naar de rol van systeemarchitect, waarbij de businesscase en de uitgebreide interactie als tools worden gebruikt. Op de achtergrond peilen we voortdurend hun manier van denken: hoe voelen ze zich, wat blokkeert hen, waar worden ze warm van?’ Daarnaast krijgen de trainees een paar uur in-company consultancy van Muller en Riedstra ter bevordering van hun casus of hun persoonlijke ontwikkeling.

Zelfbewust

‘Bij Ultimaker is de rol van systeemarchitect relatief nieuw en door deel te nemen aan dit programma willen we de ins en outs van het vakgebied leren en deze toepassen bij het opschalen naar grotere en complexere projecten’, aldus Sanne Marx, embedded control-architect bij de 3D-printspecialist. Software-architect Daniel Claes ziet een soortgelijke uitdaging bij Smart Robotics: ‘We groeien hard en daarmee neemt ook onze behoefte aan systeemarchitecten toe. Deze training helpt ons de rol beter onder de knie te krijgen, zowel op persoonlijk als organisatorisch vlak.’

‘Technische mensen zijn erg gericht op de inhoud en het resultaat, maar een systeemarchitect is veel meer’, benadrukt Riedstra. ‘Als architect heb je te maken met talloze verschillende, vaak tegenstrijdige belangen. Het is onmogelijk om alles te begrijpen en iedereen tevreden te stellen. Als architect moet je veel ballen tegelijk in de lucht houden en moet je mensen beïnvloeden en voor je winnen, ook al ben je niet de baas. Het begint allemaal met jezelf kennen en weten hoe je met anderen moet omgaan. De meeste technische mensen moeten zelfbewuster worden. Ons programma is bedoeld om hen te helpen de vereiste aanvullende vaardigheden op te bouwen.’

‘Ik ben me meer bewust geworden van de bedrijfsdynamiek’, erkent Janno Lunenburg, enterprise-architect bij Smart Robotics. Marx van Ultimaker: ‘Een goed idee hebben is één; mensen meekrijgen is iets heel anders. Het programma leert je om af te stemmen wat jij van anderen nodig hebt en wat zij van jou nodig hebben.’ Zijn collega, procesarchitect Tom Heijmans, is zelfbewuster geworden: ‘Je leert je gedrag af te wegen en een bewuste keuze te maken wanneer je wel iets moet doen en wanneer niet.’ Claes van Smart Robotics heeft geleerd om niet meer op afstand naar de situatie te kijken maar er middenin te gaan staan: ‘Ik push mezelf actief naar het midden van de dansvloer.’

Goeroe

Zelfs doorgewinterde architecten leren zichzelf beter kennen. ‘Pas nu, na vijftien jaar ervaring, zie ik hoe ik sommige van mijn manieren kan verbeteren’, zegt Paul van Dongen, mechatronisch systeemarchitect bij ASML. ‘Impliciet gedrag, dingen die ik altijd op een bepaalde manier heb gedaan, maar waarvoor betere alternatieven zijn. Het programma brengt je terug naar de essentie van je vak, iets waarvoor je in je dagelijkse werk meestal geen tijd hebt.’

ASML en VDL ETG hebben een gecombineerd team ingeschreven, met twee mensen per bedrijf, om hun samenwerking verder te stroomlijnen. ‘We werken aan een nieuw modulair platform. Dit project vraagt van ons om op een hoger niveau samen te werken en de training helpt ons daarbij’, legt Joost Lobbezoo, systeemarchitect bij VDL ETG, uit. ‘Als ik naar mijn eigen bedrijf kijk, helpt het programma ons ook om onze interne systeemarchitectuurvaardigheden een boost te geven omdat we de lessen gebruiken om onze manier van werken te verbeteren. Persoonlijk heeft het mij geleerd dat je eerst jezelf moet begrijpen voordat je anderen kunt begrijpen en leiden.’

Foto: TNO Esi

Lobbezoo’s collega Joost van Leeuwen waardeert vooral de aanwezigheid van Gerrit Muller. ‘Hij is een goeroe in systeemarchitectuur. Zijn advies is echt to the point en met zijn ervaring is hij in staat om snel in te spelen op onze behoeftes en de inhoud van de training daarop aan te passen. Zo voegde hij, na een discussie tussen ons en een aantal van onze stakeholders te hebben geobserveerd, een extra module toe over platformarchitectuur. Dit was ook in het voordeel van de andere deelnemers, die ondanks al onze verschillen dezelfde uitdagingen hebben. En samen met Ale creëert Gerrit een open sfeer, die mensen uitnodigt om hun mening te uiten, wat een heel belangrijk aspect is van systeemarchitectuur.’

Digitalisering

Bouwbedrijf Heijmans lijkt een vreemde eend in de bijt als enige deelnemer van buiten de hightech. ‘Ja, we opereren in een heel ander domein, maar diep van binnen lijken onze uitdagingen erg op elkaar’, constateert Johan van Rosmalen. ‘Veel van de verhalen zijn heel herkenbaar. Ook ik heb te maken met veel verschillende belanghebbenden en ook ik probeer een systeemontwerp te maken waarmee iedereen blij is. Het Cafcr-model is net zo nuttig in mijn wereld van tunnels en verkeerscentrales. Het geeft je handvatten om anders te kijken en inzichten te verschaffen waarmee je de samenwerking met alle betrokkenen kunt stroomlijnen.’

‘Ook bij Heijmans is digitalisering een hot topic’, vervolgt collega-systeemarchitect Marien Quik. ‘Ik werk aan het asfaltmonitoringproces, dat enorme hoeveelheden data genereert die geanalyseerd moeten worden. De training heeft me geleerd om naar het grotere geheel te kijken, zodat we nog slimmere dingen kunnen doen. En het heeft me veel bewuster gemaakt van het belang van klantwaarde – het is absoluut noodzakelijk om te weten wat de klant echt wil. Goede communicatie is essentieel om dat te ontdekken.’

‘Dit programma zou ook heel nuttig zijn voor andere civieltechnische organisaties’, denkt Van Rosmalen. ‘Ze zijn allemaal projectgedreven, gaan van het ene project naar het andere, en gebruiken het V-model voor procesuitvoering. Er is echter een grote verandering gaande, waarbij aspecten als hergebruik en total cost of ownership steeds belangrijker worden. Systeemdenken, systeemarchitectuur – de filosofie die in deze training wordt aangeleerd, is perfect om die verandering te realiseren.’

Authenticiteit

Het mixen van deelnemers met zeer verschillende achtergronden geeft een flinke boost aan de leerervaring. Zowel de overeenkomsten tussen de deelnemers als hun verschillen zijn zeer inzichtelijk. ‘Of je nu vijftien jaar werkervaring hebt of een new kid on the block bent, of je bij een groot bedrijf zit of bij een startup, in de hightech of een ander domein – iedereen heeft zijn eigen unieke ervaringen waar de hele groep van kan profiteren’, vindt docent Riedstra. ‘Leren van elkaar staat centraal in de training.’

‘Als mkb’er is het heel informatief om te zien hoe grote bedrijven tegen dingen aankijken’, merkt Lunenburg van Smart Robotics op. ‘Maar ook hoe organisaties van vergelijkbare grootte met vergelijkbare uitdagingen omgaan’, vult zijn collega Claes aan. Volgens Heijmans van Ultimaker hebben ook kleinere bedrijven iets dat voor hen spreekt: ‘Omdat ze meestal minder hiërarchisch zijn, zijn stakeholders veel toegankelijker en is er meer vrijheid om het stuur over te nemen.’ Zijn collega Marx: ‘En je zit dichter bij het vuur. Ik heb bijvoorbeeld gemerkt dat het contact met klanten voor ons dagelijkse kost is, maar dat dat bij een groter bedrijf minder voor de hand ligt.’

Foto: TNO Esi

‘Door de bank genomen, is de rol van systeemarchitect niet zo heel anders’, concludeert Lobbezoo van VDL ETG. ‘De uitdagingen zijn grotendeels hetzelfde, dus de manieren om ze aan te pakken en te structureren zijn relatief eenvoudig uitwisselbaar.’ Voor ASML’s Van Dongen was er veel om zich mee te identificeren: ‘Soms heb je dezelfde worsteling als iemand anders; soms herken je een worsteling die je in het verleden had. De training biedt veel mogelijkheden om van elkaar te leren. Maar wat ik het leukst vind, is de authenticiteit van dit alles. De uitdagingen, de discussies – het is geen rollenspel; alles is echt.’

Vruchtbare voedingsbodem

Het programma wordt officieel afgesloten met presentaties aan de sponsors. Maar daar houdt het niet op. Riedstra: ‘De training heeft twee hoofddoelen: de systeemarchitectuurcompetentie van de individuele deelnemers verbeteren en de technische casus vooruithelpen. Door beide te doen, streven we ernaar om het niveau van systeemarchitectuur bij de deelnemende bedrijven te verhogen. Alleen mensen naar de training sturen is echter niet genoeg. Wat ze leren, moet in hun organisatie landen. Dus adviseren we de bedrijven ook hoe ze een vruchtbare voedingsbodem voor systeemarchitectuur kunnen creëren en behouden.’

Daar ziet Muller ruimte voor verbetering. ‘Bij Esi doen we dit al twintig jaar en hebben we al grote stappen gezet. We trainen niet alleen individuen meer en we verbeteren niet alleen hun technische vaardigheden; we verbeteren ook hun soft skills en we betrekken hun organisatie bij het proces. De volgende stap is om die organisatie effectief te beïnvloeden om systeemarchitectuur de aandacht te geven die het verdient.’

‘Sinds het begin van Esi, twintig jaar geleden, is competentieontwikkeling een integraal onderdeel van onze missie’, vult Joris van den Aker, Esi’s programmamanager competentieontwikkeling, aan. ‘We doen niet alleen onderzoek naar het managen van de complexiteit van hightech systemen, maar dragen onze resultaten ook over aan de industrie. Met dit programma is ons doel om systeemarchitectuur en leiderschapscompetenties te ontwikkelen en te versnellen, zowel op individueel als op organisatieniveau.’

Een nieuw programma start in september 2022. Bedrijven die willen deelnemen, kunnen contact opnemen met Joris van den Aker. Dit artikel is geschreven in nauwe samenwerking met TNO Esi.