Eindhovense pdeng-opleidingen voor systeemengineers van morgen

De verbinding tussen het bedrijfsleven en de academische wereld is cruciaal om de professionals van morgen klaar te stomen. Industriële leiders rekenen op de technische universiteiten om ingenieurs af te leveren die leiderschapsrollen kunnen invullen. Het pdeng-programma van de TU Eindhoven komt aan die vraag tegemoet door trainees te laten groeien in hun persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Collin Arocho
1 december 2020

De Professional Doctorate in Engineering-graad (pdeng) is geen doorsnee academische graad. Het programma is relatief uniek voor Nederland, en slechts een paar andere landen bieden vergelijkbare programma’s aan. Het begin van de Nederlandse pdeng’s gaat enkele decennia terug, maar in 2003 kreeg het pdeng-doctoraat zijn nieuwe naam en werd het erkend als een programma van de derde Bologna-cyclus (doctoraatsniveau). Anders dan een PhD vereist het curriculum geen jaren van onderzoek en een proefschrift, maar het is een tweejarig postmastertraject gericht op de verbetering van systeemkunde en -kennis om de volgende generatie ontwikkelaars op te leiden door ze waardevolle praktijkervaring te laten opdoen in de industrie.

Elk jaar laat de TU Eindhoven honderd tot honderdtwintig pdeng-trainees toe in de verschillende programma’s, verspreid over onder andere chemische, mechanische, elektrische, medische en software-engineering. ‘We hebben een zeer streng selectieproces om ervoor te zorgen dat onze programma’s een ongelooflijk hoog niveau behouden’, zegt Peter Heuberger, de onlangs teruggetreden programmamanager voor de mechatronica- en automotive-pdeng-groepen bij de TUE. ‘Om je een idee te geven: elk van mijn groepen telt maar acht mensen. Die zestien plekken zijn ingevuld uit een pool van meer dan tweehonderd aanmeldingen die we van over de hele wereld hebben ontvangen.’

Helikopter

Naarmate technologie exponentieel complexer wordt, is het succes in technische ontwikkeling sterk afhankelijk van multidisciplinaire teams van ingenieurs die samenwerken en elk hun steentje bijdragen. Een uitdaging is echter dat ingenieurs van nature de neiging hebben zich op één gebied te concentreren en niet het grote plaatje zien. ‘Wat er typisch gebeurt als je een ingenieur een probleem geeft, is dat hij er meteen in springt, en bouten losdraait en dingen uit elkaar haalt, gericht op het vinden van zijn eigen oplossing voor het probleem’, aldus Heuberger. ‘Maar we zijn op zoek naar professionele ingenieurs die eerst een paar stappen afstand nemen om met een helikopterview het probleem te analyseren. Niet alleen waar het probleem ligt, maar voor wie het een probleem is. Is het volgend jaar nog steeds een probleem? Wat zijn de kosten? Wat is de levensduur van het product?’

Peter Heuberger: ‘We willen professionele ingenieurs opleiden die een paar stappen afstand nemen om met een helikopterview het probleem te analyseren.’

Hoe stimuleren de mechatronica- en automotive-pdeng-programma’s van TUE hun ingenieurs om deze systeembenadering toe te passen? Ze krijgen training – vooral in het eerste jaar. ‘Een paar jaar geleden, toen we op de universiteit systeemengineeringcursussen wilden organiseren, werd duidelijk dat we niet de middelen en de mankracht hadden om alle noodzakelijke opleiding in huis te doen’, legt Heuberger uit. ‘Toen hebben we contact gezocht met High Tech Institute voor hulp bij het geven van trainingen. Ze zitten niet alleen in de buurt, maar hun uitgebreide pool van ervaren ingenieurs en experts uit de industrie vormde een interessante aanvulling op ons doel om onze trainees zo dicht mogelijk bij de industrie te krijgen.’

Mechatronics system design

Deel 1 en deel 2 van de cursus 'Mechatronics system design' richten zich op de essentiële basisprincipes bij elke multidisciplinaire ontwikkeling van mechatronische (bewegings)systemen. In deze toegepaste mechatronica opleiding zullen de deelnemers brede technische kennis opdoen die de grenzen van hun eigen discipline overstijgt.

‘Na een eerste introductieweek laten we de trainees meteen deelnemen aan de cursus ‘System thinking’. Dit is voor veel van de stagiaires hun eerste contact en kennismaking met de industrie, haar eisen en uitdagingen, en de specifieke methodologieën voor systeemengineering’, zegt Heuberger. Na die start besteden de trainees de volgende periodes aan het aanscherpen van de methoden en vaardigheden die ze hebben geleerd, terwijl ze hun eigen systeemengineeringbenadering trainen. ‘Hiervoor gaan we aan de slag met verschillende voorbeeldprojecten van industriële partners zoals ASML, Daf, Philips en Punch Powertrain, waar trainees verschillende rollen vervullen, variërend van projectmanager en teamleider tot communicatie-, configuratie- of testmanager. Deze oefenprojecten voegen meer praktische handvatten toe aan de training en geven cursisten een beter begrip van het grotere geheel naarmate ze een nieuw perspectief krijgen op de essentie van hun werk.’

Bewustzijn

Aan het eind van hun eerste jaar volgen de mechatronica- en automotive-pdeng’ers opnieuw een training van High Tech Institute: ‘Mechatronics system design’. ‘Dit is echt een hoogtepunt voor onze trainees, vooral voor degenen die geïnteresseerd zijn in mechatronica. In dit stadium leren ze onder meer over geavanceerde regeltechniek van Mechatronics Academy-experts zoals Adrian Rankers’, zegt Heuberger. ‘Iets dat hen echt bij lijkt te blijven, is dat je niet altijd zeer geavanceerde regeltechniek nodig hebt. Je moet de klus klaren. Als je een probleem slim bekijkt, is de meest elementaire regeltechniek soms het beste. Maar dit is natuurlijk afhankelijk van de besturingstoepassing of de hardware-instellingen. Dit is het punt waarop alle puzzelstukjes samenkomen en ze echt het grote plaatje zien.’

Riske Meijer: ‘Je moet verder kijken dan één taak en één oplossing, en de opdracht als geheel bezien. Dat is wat er nodig is om een succesvolle systeemarchitect in de industrie te worden.’

‘Precies dat is een van de belangrijkste aspecten van de training: het opgedane bewustzijn en perspectief’, stelt Riske Meijer, de nieuwe directeur van de twee pdeng-tracks. ‘Het besef dat wanneer je met een opdracht begint, je verder dan één taak en één oplossing moet kijken, naar de opdracht als geheel. Dat is wat er nodig is om een succesvolle systeemarchitect in de industrie te worden.’

Leiderschap

Heuberger en Meijer zeggen het gelijk: het pdeng-programma aan de TU Eindhoven levert geen systeemarchitecten, eerder systeemingenieurs. Er is immers een groot verschil tussen leiding geven aan groepen van drie tot vijf personen op de universiteit of aan dertig tot vijftig engineers in een bedrijf. Om op het niveau van een echte systeemarchitect te komen, is ongeveer twintig jaar ervaring en ontwikkeling in de branche nodig. Door jonge ingenieurs echter verbeterde tools en echte, praktische industriële ervaring te geven, biedt de TUE hun een voorsprong. Natuurlijk worden niet alle cursisten systeemarchitecten, omdat iedereen anders in elkaar steekt. Velen van hen vinden hun plaats in andere leiderschapsrollen zoals projectmanager, personeelsmanager of technical lead.

‘Industriële partners hebben een beroep op ons gedaan om ingenieurs op te leiden die verder gaan dan het masterniveau. Ze zijn op zoek naar jong talent dat zich kan ontwikkelen als teamleiders en in andere leiderschapsrollen om de industrie vooruit te helpen’, stelt Heuberger. ‘Dus dat is wat we willen doen; we beantwoorden de roep van de industrie en bereiden toekomstige ingenieurs, teamleiders, projectmanagers en systeemarchitecten voor om in die behoeftes te voorzien.’