Focus op veiligheid legt Pas Reform geen windeieren

Royal Pas Reform ontwikkelt slimme machines en geïntegreerde technologie waarmee kippenboeren het uitbroeden en verwerken van kuikentjes kunnen automatiseren. Voor vragen over machineveiligheid pakken de engineers uit Zeddam regelmatig de telefoon om advies in te winnen bij Pilz.

Alexander Pil
23 maart

Kippenbroederijen leveren per week gemiddeld een tot anderhalf miljoen kuikentjes af. De grotere bedrijven komen zelfs makkelijk aan de drie of vier miljoen per week, zeker na de schaalvergroting die zich de afgelopen decennia in deze industrie heeft doorgezet. Omdat het eten van kippenvlees nergens religieuze beperkingen kent – zoals voor koeien- en varkensvlees wel geldt – worden de dieren over de hele wereld geconsumeerd en is de vraag dus gigantisch. De productie van kippen is bovendien efficiënt; in vergelijking met andere consumptiedieren eten kippen weinig en produceren ze veel. In zes tot acht weken is een kuiken volgroeid en klaar voor de slacht.

Royal Pas Reform is gespecialiseerd in vrijwel alle technologieën die nodig zijn in broederijen. Het bedrijf uit Zeddam begon ruim honderd jaar geleden met op petroleum gestookte houten broedmachines. Die systemen zijn inmiddels geëvolueerd tot geavanceerde, volledig geïsoleerde kasten waarin de temperatuur, luchtvochtigheid en CO2-concentratie nauwkeurig worden gereguleerd. Die nauwkeurige klimaatbeheersing is een gevolg van de switch die het bedrijf als eerste leverancier ter wereld maakte. ‘We benaderen het proces niet meer vanuit de techniek, maar vanuit het kuiken. Wat heeft dat kuiken nodig om de hoogste kwaliteit te halen?’, zegt Eddy Gunsing, teamleider productengineering bij Pas Reform. ‘Dat vraagt om perfecte klimaatcondities en transportsystemen.’

Schaalvergroting in kippenbroederijen heeft de vraag naar automatisering en mechanisatie aangewakkerd. Pas Reform pikt daar een graantje van mee.

De schaalvergroting in de industrie betekent dat het uitbroeden en verwerken van kuikens nog meer lopendebandwerk is geworden. Een groeiende business ziet Pas Reform dan ook in zijn mechanisatie- en automatiseringsoplossingen. Denk aan kettingbanen, wasmachines, stapelaars en ontstapelaars. ‘We leveren geïntegreerde broederijsystemen, van kleine broedmachientjes tot volledige fabrieken’, aldus Gunsing.

Logistieke uitdaging

Qua industriële automatisering zit de meeste complexiteit in de logistiek. Dat begint bij binnenkomst als de bevruchte eieren op trays worden gelegd die naar de voorbroedmachines gaan. De volgende stap is de transferruimte. ‘Daar gaan de trays heen als de embryo’s bijna volgroeid zijn’, vertelt Gunsing. ‘De eieren leggen we over in een grotere bak zodat de kuikens de ruimte hebben om uit te komen.’ Dat gebeurt in een uitkommachine. Ook het controleren, selecteren, seksen en vaccineren van de continue stroom pasgeboren kuikens vergt behoorlijk wat technische en logistieke hoogstandjes.

Veiligheid kan Pas Reform garanderen door de centrale noodstoppenkast die het samen met Pilz ontwikkelde.

‘Bijna alle systemen en machines bouwen we zelf, maar voor een aantal modules maken we gebruik van gespecialiseerde toeleveranciers’, aldus Gunsing. ‘In onze rol als systeemintegrator koppelen we die aan onze eigen software.’

Onafhankelijke risicoanalyse

Om de veiligheid van zijn eigen systemen en de machines van derden te waarborgen, werkt Pas Reform samen met Pilz. ‘Eerst kochten we daar alleen componenten’, vertelt Gunsing. ‘Sinds een paar jaar maken we echter zeer regelmatig gebruik van hun kenniscentrum.’

Rein Ronda, salesmanager bij Pilz: ‘We helpen veel klanten bij het veilig ontwerpen van hun machines. De meeste vraagstukken kunnen de engineers bij Pas Reform zelf oplossen, zeker na de masterclass die we daar een tijdje geleden hebben verzorgd. Maar soms hebben ze specifieke vragen waarop ze zelf geen antwoord hebben. Op basis van een strippenkaartmodel bellen ze dan met onze specialisten voor advies.’ Zo’n kaart wordt in één keer ingekocht en per kwartier afgestreept. De machinebouwer krijgt dus niet voor elk telefonisch consult een rekening. Zo blijft de ondersteuning kortdurend en overzichtelijk.

Voor Pas Reforms eigen machines is het allemaal nog goed te overzien. ‘We kunnen het ontwerp en de release zelf valideren, in eigen huis’, aldus Gunsing. ‘Als we een wijziging doorvoeren in bijvoorbeeld een broedmachine, proberen we ook te overzien wat de mogelijke gevolgen zijn voor de veiligheid, zodat we altijd voldoen aan de CE-normen en PL d-certificeringseisen.’

In het logistieke proces wordt het wat uitdagender. ‘Je mag natuurlijk verwachten dat toeleveranciers zich ook aan de Machinerichtlijn houden. En dat er onder meer een goed machinedossier ligt en dat ze een gedegen risicobeoordeling hebben gedaan. Meestal is dat ook zo’, zegt Gunsing. Maar niet altijd. ‘In dat soort gevallen is het ideaal om Pilz in te schakelen. Daar kennen ze alle regels, richtlijnen en normen uit hun hoofd.’

Centrale noodstopkast

Dat alle machines in de broederij afzonderlijk veilig zijn, is verplicht maar niet genoeg. Ook het geheel moet aan alle richtlijnen voldoen. ‘De Machinerichtlijn schrijft bijvoorbeeld voor dat als een operator aan de ene kant van de transferruimte ziet dat het aan de andere kant fout gaat, hij ter plekke op een noodstop moet kunnen drukken’, weet Gunsing. In de praktijk betekent dit dat Pas Reform de noodstoppen van alle machines in een ruimte moet kunnen koppelen. ‘We hebben dat in samenspraak met Pilz opgelost via een centrale noodstopkast.’

De noodstoppen van alle machines zijn nu uitgerust met twee uitgangen; één om de machine zelf uit te schakelen en één die naar de centrale gaat. Als die een noodstopsignaal ontvangt, geeft hij dat door aan alle andere machines. ‘Welke knop je dus ook indrukt, alle machines schakelen af’, verduidelijkt Gunsing. ‘We hebben alles bovendien dubbel-bedraad uitgevoerd en met functiebehoud, wat onder meer betekent dat als er een kabelbreuk wordt gedetecteerd, het systeem gelijk stopt.’

Pas Reform ontwikkelt complete broederijoplossingen. Van de eierontvangst (linksonder), via de broedmachines (midden boven), de transferruimte (midden onder), de uitkomkamers (rechts naast de broedmachines) en de kuikenverwerking (rechts).

Ronda vult aan: ‘Pas Reform had een vraag over de locatie van de noodstoppen. Alle machines moeten er natuurlijk minimaal één hebben, maar soms heb je er meer nodig. Op elke plek waar een operator logischerwijs kan staan, moet er een binnen handbereik zitten. Bij langere lijnen is het ook verplicht dat er minimaal om de tien meter een noodstop zit, zodat operators in geval van nood meteen kunnen ingrijpen.’

‘Een ander aandachtspunt was dat je in een toepassing zoals bij Pas Reform te maken hebt met aanvoerlijnen’, gaat Ronda verder. ‘Als een deel van de lijn een noodstop maakt, wil je voorkomen dat zo’n aanvoerlijn met eieren of kuikens gewoon blijft pushen. Op basis van de schema’s die we van Pas Reform hebben gekregen, heeft Pilz een overkoepelend noodstopsysteem ontwikkeld dat zones gereguleerd kan afschakelen.’

Daarmee heeft Pas Reform het voor zijn eigen machines keurig opgelost. Voor systemen van toeleveranciers heeft het soms wat meer voeten in aarde. Zo’n machinebouwer kiest er dan bijvoorbeeld voor om de afdekkappen van het systeem niet in het veiligheidscircuit op te nemen. ‘Maar die kappen zitten er niet voor niets. We hebben er sensoren op laten zetten zodat de machine stilvalt als zo’n kap opengaat. Je zou kunnen overwegen om een onderhoudsmodus in te voeren waarbij de machine op sterk gereduceerde snelheid draait met de kappen open. De boodschap van Pas Reform is echter heel duidelijk: veiligheid gaat boven alles, ook boven onderhoud.’

Dit artikel is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Pilz.