Heroverweeg reshoring

Europa’s ambities op het gebied van industriële soevereiniteit moeten verder gaan dan chips, stelt Anton Duisterwinkel. Reshoring is echter makkelijker gezegd dan gedaan.

Anton Duisterwinkel is senior businessdeveloper bij Innovationquarter.

9 maart

‘Laatst schrok ik echt. Meestal leveren we ongeveer 90 procent van onze producten op tijd en we werken er hard aan om dat te verbeteren. Maar afgelopen maanden was dat hooguit 28 procent!’ Er zijn grote problemen met de aanvoer van onderdelen uit landen als India en China en de transportkosten lopen snel op. ‘Ik overweeg nu echt om te reshoren’, hoorde ik een ondernemer van een Zuid-Hollands productiebedrijf pas zeggen. Die uitspraak zou een jaar geleden ondenkbaar zijn geweest.

Maar ho, ho, niet zo snel! Reshoring is veel makkelijker gezegd dan gedaan. Nederlandse bedrijven hebben nu al erg veel moeite om voldoende personeel aan te trekken, van mbo tot academisch niveau. In ons drukke land zijn bedrijfsruimten moeilijk te vinden, zeker als je een groter pand nodig hebt of hogere milieuvergunningen vereist zijn. De uitdaging om in Nederland huizen te bouwen is al groot genoeg.

Basismaterialen zijn moeilijk verkrijgbaar en stijgen snel in prijs. Op sommige bedrijventerreinen is niet eens elektriciteit beschikbaar. Belangrijker nog: hoeveel weten we eigenlijk over massaproductie? De meeste Nederlandse maakbedrijven vervaardigen kleine series van complexe producten met veel handmatig assemblagewerk. Dat is van een heel andere orde dan massaproductie.

Al deze factoren maken reshoring niet onmogelijk, en al helemaal niet minder belangrijk. Europa moet zijn productiemogelijkheden en -capaciteit snel opwaarderen. En niet alleen voor chips! Een boost van 40+ miljard euro voor de maakindustrie naast chipproductie is hard nodig en zou heel goed zelfs effectiever kunnen zijn. Het leidt tot economische groei, kan worden gebruikt om circulaire productie te waarborgen en is essentieel voor de Europese soevereiniteit.

We hebben inmiddels wel geleerd dat het niet slim is om afhankelijk te zijn van China, Rusland of zelfs de VS, gezien alle politieke instabiliteit daar. Het zal echter nog jaren duren voordat Europa, Nederland en de regio’s een gedegen en samenhangend industriebeleid hebben – laat staan voordat het is geïmplementeerd en de onderwijsstelsels erop zijn aangepast. Daar kunnen bedrijven niet op wachten. Ze hebben nu problemen, die nu moeten worden aangepakt. Wat kunnen ondernemers doen? Ik geloof dat ze drie, nauw verwante stappen kunnen zetten.

Zoek om te beginnen leveranciers in de buurt. Start in Nederland en ga niet verder dan Oost-Europa. Uitstekende leveranciers bestaan nog steeds en zijn niet per se duurder als je rekening houdt met de lagere transportkosten. Kwaliteitscontrole, verandermanagement en gezamenlijke innovatie zijn veel eenvoudiger en IP veel veiliger. Bestel in elk geval een aanzienlijk deel van de materialen en onderdelen ‘lokaal’, zodat deze bedrijven niet verdwijnen.

Ten tweede, upgrade je toeleverketen. Werk samen met je Europese leveranciers aan digitalisering en circulariteit om de kosten te verlagen, de kwaliteit te verbeteren en een veilige levering te garanderen. Open nieuwe (circulaire) bronnen van materialen. Er zijn veel programma’s en vouchers beschikbaar om bedrijven op deze thema’s te helpen.

Ten derde, vergroot de flexibiliteit van je toeleverketen door additive manufacturing te introduceren. Bundel de krachten met een paar belangrijke leveranciers om 3D-printing toe te passen voor kleine en middelgrote series van complexe onderdelen. Maaktechnologieën zoals additive manufacturing en tape-layering produceren sterke en duurzame onderdelen van hoge kwaliteit. De productie is bovendien digitaal, dus kosteneffectief en flexibel. Bij het toepassen van deze methodes leren jouw designers de ontwerpmogelijkheden kennen en worden je productie-ingenieurs enthousiast over de flexibiliteit en flexibele levermogelijkheden.

Natuurlijk lossen al deze stappen niet de problemen op die ondernemers op dit moment hebben. Maar bedenk dat je concurrenten voor dezelfde uitdagingen staan. Klanten zijn momenteel begripvol en accepteren de vertragingen meestal. Maar die situatie zal niet blijven duren. Daarom moeten ondernemers het heft in eigen handen nemen. Wacht niet op een helder, samenhangend en concreet industriebeleid in Nederland. Ik vrees dat er te weinig water door de Rijn, Maas en Schelde tezamen stroomt om die wielen in beweging te zetten.