Het afscheid

Alexander Pil

8 juli

‘En wat doe jij voor werk?’, zegt de man naast mij en hij kijkt me geïnteresseerd aan.

Ik schrik een beetje van de vraag, want het is vaak erg lastig uit te leggen wat ik precies doe. Zeker aan een leek, en zo ziet hij er wel uit. ‘Ik ben journalist’, antwoord ik enigszins oppervlakkig.

‘Oh, gaaf’, reageert hij. ‘Schrijf je voor een krant of zo? Heb ik misschien wel eens wat van je gelezen?’

Alexander Pil is tot 1 augustus hoofdredacteur van Mechatronica&Machinebouw.

Hij heeft me net verteld dat hij zelf chiropractor is en een eigen praktijk runt. De kans dat hij mijn artikelen überhaupt interessant vindt, acht ik dus niet zo groot, maar ik hou moed. ‘Nee, ik schrijf voor een tijdschrift, een vakblad eigenlijk. Mechatronica&Machinebouw heet het.’

‘Megawatte?’

 advertorial 

The waves of Agile - Value delivery in medium and large organizations

Derk-Jan de Grood creëerde een rijke bron van kennis voor Agile-coaches en -leiders. Met praktische tips om een ​​lerende organisatie te creëren die kwalitatieve oplossingen levert met zakelijke waarde. Bestel 'The waves of Agile' hier.

‘Mechatronica’, herhaal ik geduldig. Zoals wel vaker is dat het woord waar mensen buiten de industrie over struikelen. ‘Dat is de combinatie van mechanica, elektronica en tegenwoordig ook heel veel software’, leg ik uit.

Hij kijkt me glazig aan, dus ik speel mijn troefkaart. ‘Nou, je kunt bijvoorbeeld denken aan een robot’, zeg ik. ‘Er is een heleboel technologie voor nodig om zo’n apparaat te laten bewegen en hem de taken te laten doen waarvoor je hem wilt gebruiken.’

Ik zie een teken van herkenning in zijn ogen. ‘Ah ja, zoals Robin van Bassie en Adriaan’, lacht hij.

‘Zoiets’, lach ik mee. ‘Maar de robots van tegenwoordig zijn wel een stukje complexer en intelligenter.’

Zijn gezicht betrekt en ik zie dat er een Terminator-achtig scenario door zijn hoofd schiet. Die angst kom ik wel vaker tegen als het over robots gaat, dus ik stel hem gerust. ‘We zijn heel ver weg van robots die de wereld overnemen, hoor. Het is al supermoeilijk voor een robot om een eitje te bakken. En als je hem dat hebt geleerd, kan hij alleen dat trucje nog maar. Een biertje uit de koelkast halen of een colaatje inschenken, kun je hem dan niet vragen.’

‘Ik dacht dat robots heel slim waren.’

‘Nou ja, ze zijn net zo slim als de software die we erin stoppen.’

‘Op Discovery Channel zag ik anders pas een programma waarin ze lieten zien hoe het er in een autofabriek aan toe gaat. Daar stond het vol met robots en er was geen mens meer te zien.’

‘Er zijn taken waarvoor je inderdaad beter een robot kunt gebruiken. Voor saai, vies en gevaarlijk werk bijvoorbeeld is het heel fijn als je dat kunt automatiseren met een of andere machine. Maar als het werk ingewikkelder en gevarieerder wordt, of als je er creatief voor moet denken, zijn mensen nog altijd beter. En dat gaat voorlopig ook nog wel zo blijven.’

Hij lijkt niet erg overtuigd, dus ik doe een tweede poging. ‘Op de universiteit van Eindhoven sleutelen ze aan robots die kunnen voetballen.’ Zijn interesse groeit zienderogen. ‘Die studenten hebben de ambitie om rond 2050 van de menselijke wereldkampioen voetbal te kunnen winnen. Dat gaat een heel grote uitdaging worden. En dan nog kunnen die robots alleen maar voetballen, en geen appeltje schillen of een baby in bad doen.’

Hij raakt steeds meer afgeleid, kijkt een paar keer nadrukkelijk naar zijn bijna lege bierflesje. Dus ik gooi het over een andere boeg: ‘Maar ik ga van baan veranderen. Ik ga voor mezelf beginnen als freelance journalist.’

‘O wauw, echt waar?’

‘Ja, na bijna twintig jaar bij hetzelfde bedrijf wordt het tijd om eens wat anders te gaan doen.’

‘Dan kun je eindelijk over leuke onderwerpen gaan schrijven’, lacht hij, en hij lijkt oprecht blij voor me.

‘Over technologie dus, want dat vind ik leuk’, glimlach ik terug. Ik wil net gaan vertellen wat voor coole techniek er in Nederland allemaal wordt ontwikkeld als zijn vrouw roept. ‘Nou, ik moet gaan’, zegt hij opgelucht. ‘Veel succes met je nieuwe baan.’

‘Ja, dank je.’