Kabinet presenteert langetermijnvisie op industrie

Alexander Pil
3 november

Staatssecretaris Mona Keijzer heeft in een brief aan de Tweede Kamer de visie van het kabinet op de toekomst van de Nederlandse industrie gegeven. Het is met nadruk een visie; concrete plannen ontbreken nog. Dat is ook precies het commentaar van FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink: ‘Het is goed dat het kabinet inziet hoe belangrijk de industrie is voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Maar van een visie kan je niet eten. Wat we nu nodig hebben zijn concrete plannen om de industrie verder te versterken, niet alleen tijdens deze crisis maar ook richting de toekomst.’

Foto: Martijn Beekman

Mona Keijzer schrijft: ‘Nederland heeft een industrie om trots op te zijn met prachtige bedrijven die wereldwijd actief zijn in de ontwikkeling, productie en export van hun producten. Nederland is leidend in clusters als agrofood, de maritieme sector en de machinebouw. We genereren ruim 12 procent van ons nationaal inkomen direct in de industrie. Meer dan achthonderdduizend Nederlanders verdienen in de industrie hun inkomen. Ook levert de industrie een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen, zoals vastgelegd in onder meer de Sustainable Development Goals. Zonder industrie geen duurzame energie, voldoende voedsel of nieuwe medische toepassingen.’

‘Nederland heeft de industrie ook in de toekomst hard nodig. Op dit moment ondervinden de industrie en haar werknemers de gevolgen van de coronacrisis, en is het noodzaak te investeren in het herstel. Op lange termijn ligt er, zoals in de Groeistrategie voor Nederland op de lange termijn is aangegeven, een opgave om het groeivermogen van de economie te verhogen. Anders blijft de structurele economische groei op 1-1,5 procent per jaar steken, waarmee er onvoldoende ruimte is om meer welvaart en welzijn te realiseren.’

In de brief schetst het kabinet hoe het de toekomst van de industrie ziet en wat de bijdrage van de industrie kan zijn aan een hoger groeivermogen van de economie, een duurzame samenleving en aan een weerbaar en krachtig Europa. ‘Dat vereist een offensieve industriestrategie, waarbij een ding zeker is: Nederland kan dit niet alleen’, aldus Keijzer. ‘Meer samenwerking binnen Europa is een voorwaarde voor een sterke Nederlandse industrie en een sterkere positie van Europa in de wereld. Dat vraagt uiteraard dat de Nederlands industrie voldoende in huis heeft om als ‘partner of choice’ mee te doen in internationale allianties.’