Kies je vaste of wegneembare afscherming?

Met de ondertekening van de verklaring van overeenstemming en het aanbrengen van het CE-typeplaatje claimen machinebouwers dat ze voldoen aan alle eisen die volgens de Europese richtlijnen gelden. Maar kennen ze echt alle nieuwe eisen? De inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) is wel precies op de hoogte en zal de fabrikanten erop afrekenen. Joris van Iersel gaat in op een deelgebied: afschermingen.

Joris van Iersel is adviseur machineveiligheid bij D&F Consulting.

28 juni 2012

Sinds 29 december 2009 is de Machinerichtlijn 2006/42/EG opgenomen in de Nederlandse warenwet in het besluit Machines. Weinig bedrijven realiseren zich dat het toepassingsgebied van de Machinerichtlijn is uitgebreid. Hiermee wordt vanuit Europa een duidelijke trend ingezet. Steeds meer zaken worden centraal geregeld en vastgelegd in wetgeving. Omdat in het verleden veel ongevallen gebeurd zijn met veiligheidsgerelateerde onderdelen dienen deze aan strengere eisen te voldoen. Het gaat soms zelfs zover dat een fabrikant een notified body dient in te schakelen om componenten te voorzien van een veiligheidscertificaat.

Veiligheidscomponenten waren ook al opgenomen in de vorige uitgave van de Machinerichtlijn. De definitie van een veiligheidscomponent is in de huidige richtlijn echter nader verklaard. In de bijlagen is een indicatieve lijst opgenomen waarmee fabrikanten zelf kunnen bepalen of hun product in deze categorie valt. De lijst is echter niet compleet; het is mogelijk dat een bedrijf met de gegeven definities zelf tot de conclusie komt dat het product een veiligheidscomponent is.

Niet los in de handel gebrachte veiligheidscomponenten die de fabrikant zelf produceert en in de handel brengt als onderdeel van een machine hoeven niet afzonderlijk te worden voorzien van CE-markering. Dit lijkt een maas in de wet die mogelijkerwijs nog zal worden gedicht. Voor nu geldt dat de CE-markering voor de gehele machine ook geldt voor alle (veiligheids)componenten in die machine.

Vaste afschermingen moeten zodanig zijn bevestigd dat ze alleen met gereedschap kunnen worden geopend of verwijderd. Boven: fout, onder: goed.

Verwarring ontstaat bij de ’algemene‘ invulling van veiligheidscomponenten. De meeste personen denken bij deze term vaak alleen aan elektrotechnische componenten zoals noodstopvoorzieningen, beveiligingsinrichtingen voor de detectie van personen (lichtschermen, laserscanners en schakelmatten) en tweehandenbediening, maar uit de indicatieve lijst van de Machinerichtlijn blijkt dat los in de handel gebrachte mechanische veiligheidsvoorzieningen ook onder de eisen van de Machinerichtlijn vallen. Voorbeelden hiervan zijn kantelbeveiliging (roll over protective structure, bijvoorbeeld bedoeld voor plaatsing op een heftruk of tractor), bescherming tegen vallende voorwerpen en afschermingen en beveiligingsinrichtingen ter bescherming van personen blootgesteld aan bewegende delen die zijn betrokken bij het werk. Bij de inkoop van dergelijke veiligheidscomponenten moet de componentenfabrikant ze dus voorzien van CE-markering. In de eerste twee gevallen zal hij tevens een notified body moeten inschakelen.

Gemakzucht

Afschermingen zijn onder te verdelen in vaste en wegneembare afschermingen. Vaste afschermingen moeten zodanig zijn bevestigd dat ze alleen met gereedschap kunnen worden geopend of verwijderd, door bijvoorbeeld bouten of schroeven te gebruiken en dus geen sterknoppen of vleugelmoeren. Bij demontage moeten de bevestigingsmiddelen met de afschermingen of de machine verbonden blijven. Dit om te voorkomen dat er iets verloren gaat nadat het is verwijderd. Waar mogelijk mogen afschermingen ook niet zonder hun bevestigingsmiddelen blijven zitten. Deze eis is gesteld om te voorkomen dat afschermingen op de machine worden geplaatst zonder dat ze worden vastgezet.

Beweegbare afschermingen met blokkeervoorziening moeten wanneer ze open staan zo veel mogelijk met de machine verbonden blijven: scharnierend of via vaste geleiders schuivend. Ook moeten ze zodanig worden ontworpen en gebouwd dat ze enkel met een opzettelijke handeling kunnen worden afgekoppeld. Deze laatste eis is gesteld om te voorkomen dat bijvoorbeeld tijdens openen of sluiten van de afscherming de afstand tussen afscherming en gevarenzone per ongeluk wordt gewijzigd.

Wanneer kies je voor vaste en wanneer voor wegneembare afscherming? Dit hangt af van de risico‘s die moeten worden beveiligd, de toegangsfrequentie en de ergonomische aspecten zoals vereiste inspanning voor openen en sluiten van de afscherming. Als er zelden of nooit toegang nodig is tot de bewegende delen, ligt het voor de hand om te gaan voor een vaste afscherming. Indien er een aantal keer per dag toegang nodig is voor bijvoorbeeld het plaatsen of wegnemen van een werkstuk, is een beweegbare afscherming met blokkeerfunctie praktischer. Dit omdat de kans groot is dat de gebruiker een vaste afscherming uit gemakzucht niet altijd weer terug zal plaatsen. Indien de bediener de mogelijkheid heeft om de bewegende delen te bereiken voordat deze stilstaan, door bijvoorbeeld een lange uitlooptijd, moet worden gekozen voor een wegneembare afscherming met een vergrendelinrichting die controleert of de beweging gestopt is. Houd bij het bepalen van de toegangsfrequentie ook rekening met andere werkzaamheden naast de normale productie, zoals onderhoud, reinigen of instellen van de machine. Dit kan namelijk leiden tot een voorkeur voor een beweegbare afscherming boven een vaste afscherming.

Redactie Alexander Pil