Landmacht test robots en autonome systemen bij lichte brigade

Begin dit jaar is bij de Koninklijke Landmacht het Ras-initiatief gestart. Binnen deze eenheid wordt onderzocht welke mogelijkheden robots en autonome systemen hebben om de landmacht efficiënter en veiliger te maken. Na een inventarisatiefase waarin snel kennis is opgebouwd, is bij de 13 Lichte Brigade in Oirschot een start gemaakt met het testen van een klein aantal onbemande voertuigen, drones en radio’s voor het dragen van last en het inzetten van onbemande systemen als sensor.

Marjolein de Wit-Blok is freelance journalist.

21 september 2018

De afgelopen jaren is het besef gegroeid dat kennis en innovatie binnen de Koninklijke Landmacht nodig is om voorop te kunnen blijven lopen in een wereld die zowel technisch en politiek als maatschappelijk snel verandert. Nu er ook meer financiële middelen beschikbaar zijn, heeft dit onderdeel van de krijgsmacht de mogelijkheden om concrete stappen te nemen. Binnen Ras (Robots and Autonomous Systems) wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die robots en autonome systemen bieden in de militaire context.

In Oirschot wordt de Milrem Themis getest. Dit modulair opgebouwde, onbemande grondvoertuig is geschikt voor het vervoer van gewonden en materiaal of het verplaatsen en hiermee breed inzetten van camera’s, antennes en sensoren. Foto: BSS Holland

Projectleider majoor Martijn Hädicke: ‘We zijn begin 2018 gestart met een inventarisatiefase waarbij onder meer is gekeken naar de activiteiten die landen om ons heen ontplooien en naar de oplossingen die op dit moment beschikbaar zijn. Nu is het zaak om de potentieel meest belovende ideeën in de praktijk te testen.’

Voor het uitvoeren van deze experimenten is gekozen voor de 13 Lichte Brigade in Oirschot. Doordat militairen direct in de praktijk met de systemen gaan werken, bouwen de onderzoekers snel kennis op en wordt direct draagvlak gecreëerd binnen de organisatie. Dit is belangrijk in het kader van een eventueel opvolgende implementatiefase. Het einddoel van dit project is een gedegen kennis- en ervaringsopbouw waarmee Ras uiteindelijk aanbevelingen kan doen met betrekking tot de mogelijkheden van de diverse systemen binnen de landmacht. In het bijbehorende rapport zal een driedeling worden gemaakt tussen: 1. oplossingen die potentie hebben en eventueel direct kunnen worden aangeschaft (off the shelf), 2. systemen die weinig meerwaarde bieden voor de landmacht en 3. systemen waar doorontwikkelingen nodig zijn om deze specifiek geschikt te maken voor inzet in het militaire landoptreden.

Situational awareness

Hädicke: ‘We richten ons in eerste instantie op autonome voertuigen die een last kunnen verplaatsen door eventueel onbekend gebied. Deze last kan bestaan uit munitie, voedsel, water of materialen voor de genie, maar ook uit mensen die zo snel mogelijk uit gevaarlijk gebied moeten worden gehaald om elders te kunnen worden verzorgd. Een tweede aandachtspunt vormen systemen zoals drones en autonome landvoertuigen die voor ons uiteenlopende sensoren in een gebied kunnen plaatsen of verplaatsen. Een belangrijk doel hiervan is om een omgeving snel te kunnen verkennen en in kaart te brengen, dus het creëren van situational awareness waarbij augmented reality een waardevolle bijdrage zou kunnen leveren. Tevens bieden sensoren op autonome voertuigen de mogelijkheid om een communicatienetwerk op te zetten of uit te breiden door zenders en ontvangers in het gebied te positioneren. Daarbij is het voertuig aan te sturen op basis van remote control of waypoints. Bovendien kunnen we met deze systemen eventueel eigen datacommunicatie voor de vijand verhullen of juist hun signalen verstoren.’

DSPE Optics Week
Voor kleine eenheden binnen de Koninklijke Landmacht is de mini-quadcopter een bruikbaar hulpmiddel gebleken voor het vergroten van de situational awareness. Foto: Ingram Micro

Tijdens het experimenteren met de verschillende oplossingen staat het Ras-team voor diverse uitdagingen waarbij een deel op het technisch vlak ligt en een ander deel juist op het ethische of sociaal-maatschappelijke vlak. Speciaal voor deze fase van het project zijn er daarom verschillende aandachtsgebieden gedefinieerd waarop de systemen worden beoordeeld.

Beslissingsbevoegdheid

Technische geschiktheid is een eerste aandachtspunt. Robuustheid is bijvoorbeeld een logische vereiste, maar ook de levensduur van componenten, de capaciteit van een accu en grootheden als snelheid en kracht worden beoordeeld. Speciale aandacht is er bovendien voor het bereik en de mogelijkheden van sensoren en de aansturing en communicatie, inclusief cybersecurity.

Hädicke: ‘Het veilig communiceren van data blijft altijd een spanningsveld. Enerzijds wil je graag informatie ontsluiten en een link hebben met het systeem om bijvoorbeeld gegevens over de omgeving zo snel mogelijk te vergaren en te analyseren. Aan de andere kant wil je het liefst volledig gesloten en onafhankelijk blijven om niet te worden opgemerkt.’

Speciale aandacht is er ook voor de thema’s ‘mens-machine-teaming’ en artificial intelligence. In het eerste kader gelden vraagstukken als: moet er in een of twee richtingen worden gecommuniceerd, welke werkafspraken zijn er nodig en op welke manier en in hoeverre is een autonoom systeem zelf bevoegd tot het nemen van beslissingen?

Hädicke: ‘Uiteraard is het uitgesloten dat een autonoom systeem volledig zelfstandig opereert. In alle gevallen zal de mens de beslissingsbevoegdheid houden en moeten bepalen waar het acceptabel of noodzakelijk is om een onbemand systeem meer of minder zelfstandigheid te geven. Daarvoor moeten uiteindelijk dus ook protocollen worden ontwikkeld en afspraken gemaakt.’

Snel beginnen

Belangrijk is dat Hädicke in de gaten houdt dat Ras zich richt op innovatie en niet op optimalisatie. Hij geeft aan: ‘We zijn met dit onderzoek expliciet niet op zoek naar het verbeteren van bestaande oplossingen, maar naar de mogelijkheden die nieuwe technologieën als robotica en kunstmatige intelligentie bieden binnen onze organisatie. Daarbij is het tevens van belang te ontdekken welke organisatievorm en welk operatieconcept het beste de mogelijkheden van de technologie benut.’

Augmented reality ondersteunt militairen bij het verkrijgen van een beter beeld van de situatie op basis van realtime informatie afkomstig van het voertuig. Foto: BSS Holland

Om die reden werkt Ras samen met niet-militaire partijen waaronder TNO, de drie Nederlandse tu’s, branchevereniging FME en waar mogelijk met bedrijven. De samenwerking kan bestaan uit louter het afnemen van bestaande producten – off the shelf – maar kan ook verder gaan, waarbij de partijen een partnerschap aangaan. De betreffende partner zal niet altijd goed inzicht hebben in de omgeving waarin de uiteindelijke oplossingen moeten functioneren en aan welke eisen ze moeten voldoen. Om die reden worden potentiële partners regelmatig meegenomen ‘het veld in’ om vast te stellen of de ambities overeenkomen en of de kans op een win-winsituatie groot genoeg is.

Majoor Hädicke legt uit dat tijdens het testen in Oirschot de nadruk ligt op ‘klein en snel beginnen’. Hij meent: ‘Het project duurt in beginsel twee jaar met een mogelijke uitloop naar drie. We hebben dus helemaal geen tijd om tot in detail op papier uit te zoeken wat er mogelijk is binnen deze complexe wereld. Pragmatischer is het om te starten met kleine, zinvolle experimenten – veelal met bestaande oplossingen – en deze in te zetten binnen de context van onze eigen gebruikers. Zo kunnen we vaststellen of de specifieke oplossing potentie heeft en wat de implicaties zijn qua doctrine, communicatiemogelijkheden, veiligheid, opleiding en training, enzovoorts.’