Levitech versus TNO

Paul van Gerven is redacteur van Mechatronica Magazine.

11 maart 2010

De Olympische Spelen zijn voorbij, maar nu ontvouwt zich hier in ons eigen kleine Nederland een hightechrace van formaat. In de binnenbaan is gestart Levitech uit de ASMI-ploeg, dat sinds afgelopen zomer zijn Levitor-chipmachine doorontwikkelt naar een PV-procestool voor atoomlaagdepositie (ALD). En namens een negen koppen tellend consortium schaatst in de buitenbaan TNO, dat op hoofdlijnen precies hetzelfde (en nog een beetje meer) wil doen. Geen eerlijke tegenstander, puft Levitech, want die krijgt doping van de staat (zie Mechatronica Magazine van 12 maart, pagina 18 en 19).

Concurrentie van TNO, het is geen onbekende klacht. Vraag maar aan een willekeurig Eindhovens ingenieursbureau. Toch heeft het er alle schijn van dat het onderzoeksinstituut in dit geval geen scheve schaats heeft gereden.

Zeker is dat TNO met simulaties onder de arm heeft aangeklopt bij ASMI en heeft voorgesteld gezamenlijk het spatiële-ALD-concept verder te ontwikkelen. ASMI ging daar niet op in, maar waarom is onduidelijk. Aan de ene kant waren de economische vooruitzichten op dat moment nog uitermate onzeker, dus vreemd is het niet dat de toch al worstelende Almeerse onderneming TNO‘s spreadsheettechnologie even aan zich voorbij liet gaan. Aan de andere kant was in 2008 al aangekondigd dat de Levitor-businessunit zou worden afgesplitst. Op het moment dat TNO langskwam, moeten er daarvoor al vastomlijnde ideeën hebben gelegen.

Mijn interpretatie van de op cruciale punten van elkaar verschillende voorstelling van zaken die Levitech en TNO geven, is dat ASMI TNO de deur wees omdat het al besloten had via een spin-off zijn sterke IP-positie in ALD te gelde te maken. Levitechs management was bij die besluitvorming niet betrokken, maar wel geïnformeerd over TNO‘s bezoekje. Dat het instituut na een vruchteloos rondje langs ASMI en andere machinebouwers zelf een onderzoekstraject inzette om de technologie in de praktijk te bewijzen, bleef echter tot na de oprichting van Levitech onbekend, zodat het de spin-off alsnog kon verrassen.

Jammer genoeg beginnen de versies van beide partijen hier uit elkaar te lopen. Levitech zegt maar nauwelijks een voet tussen de deur te kunnen krijgen, TNO weerspreekt dat en zegt zelfs dat er is geconcludeerd dat de twee benaderingen, hoe vergelijkbaar ook, in machine-uitvoering onverenigbaar zijn.

Aangenomen dat het niet wist van ASMI‘s besluit, valt het TNO niet aan te wrijven dat het, geheel in overeenstemming met zijn missie, besloten heeft een potentieel revolutionair concept dan maar zelf te gaan doorontwikkelen. Maar daarmee houdt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het quasi-publieke onderzoeksinstituut niet op. Welke sentimenten er ook binnen de organisatie leven, misschien met het echec van Bluebird nog in het achterhoofd, het is principieel onjuist als een semi-overheidsinstelling een concurrent van een private onderneming aanzwengelt. Elke optie die uitmondt in een voor alle partijen bevredigende oplossing moet daarom worden verkend. Ik heb niet de indruk gekregen dat daartoe voldoende wil bestaat. Economische Zaken zou er daarom goed aan doen zachte dwang te gebruiken om TNO en Levitech nog eens rond de tafel te krijgen.

Daarmee is niet gezegd dat TNO en partners koste wat kost Levitech aan boord moeten halen, of andersom. Levitech behartigt uiteindelijk de belangen van zijn investeerders en die belangen kan het consortium onder TNO-vlag niet noodzakelijkerwijs bevredigen. Het zou ook kunnen dat de insteken van de machines inderdaad onverenigbaar zijn. In die gevallen moeten er toch maar twee schaatsers in de baan blijven. Een betere eindtijd zal deze tamelijk bizarre competitie eigenlijk alleen maar stimuleren, en daarmee het succes van deze hoe dan ook Nederlandse technologie ten goede komen.