Limburgse positiesensor maakt agv’s echt autonoom

Vorig jaar stonden ze er al en ook dit jaar heeft Accerion een stand op de Hannover Messe. Opvallend voor zo’n kleine startup, maar de ambities zijn groot. En de unieke positiebepalingstechnologie uit Venlo is interessant voor fabrikanten van mobiele robots en agv’s wereldwijd. Een verhaal over de slalom van een startup.

Alexander Pil
3 mei 2017

Midden in de crisis krijgt Willem-Jan Lamers van zijn toenmalige werkgever Daf Trucks de keus voorgelegd: meedoen aan een extern project of op zoek naar een andere baan. Lamers trekt de stoute schoenen aan. Op wellicht het slechtst denkbare moment start de specialist in voertuigdynamica een eigen bedrijf: Venamics. ‘Ik deed veel computersimulaties op het gebied van voertuigdynamica’, vertelt Lamers. ‘Van klanten kreeg ik regelmatig de vraag of ik die simulaties ook zou kunnen toetsen aan de werkelijkheid. Valideren kan alleen met meetdata maar het aanleveren van die gegevens gaat vrijwel altijd fout. Ik ben daarom zelf metingen gaan doen en data-acquisitiesystemen gaan ontwikkelen.’

Accerion maakt een sensor die op basis van de ondergrond de afgelegde weg bepaalt en zo een robot kan positioneren.

Het eerste product van Venamics is een sliphoeksensor waarmee je de hoek kunt meten die een voertuig in de bocht maakt. ‘Grote autofabrikanten hebben zulke sensoren maar ze zijn heel duur, veel te duur voor de mkb’ers en onderzoeksinstellingen waarvoor ik werkte’, aldus Lamers. Hij ontwikkelt een goedkopere variant voortbordurend op een ideetje dat hij had opgedaan tijdens zijn werktuigbouwstudie aan de TU Eindhoven: positiebepaling op basis van dezelfde technologie als in een optische muis. Tot zijn eigen verbazing werkt het heel goed. Zo goed dat het systeem nauwkeurig de sliphoek van een voertuig kan bepalen tot snelheden van 250 kilometer per uur. Lamers wint een innovatieprijs van de Rabobank met het prototype. ‘Met dat geld kocht ik de hardware. Allemaal heel laagdrempelig.’

In 2015 komt de vaart in het project als Lamers in contact treedt met Startupbootcamp Hightech XL. ‘Ik belde op een woensdagmiddag. Ze waren enthousiast en we konden vrijdag meedoen met een Fast Track Event. Als we daar een pitch en een demo zouden geven, konden we mogelijk instromen. We moesten snel een nieuwe pitch maken, een demo voorbereiden en een naam verzinnen. Dat werd Unconstrained Robotics. Het was stressen maar het is gelukt; we kwamen door de selectieprocedure.’ Van een hobbyproject wordt het ineens een serieuze business waar Lamers zich fulltime op stort.

Surface tracking

Samen met businesspartner Vincent Burg start Lamers midden 2015 met het businessacceleratorprogramma. Startupbootcamp heeft zich ten doel gesteld om de starters investor ready te maken, onder meer door kritisch te kijken naar het businessmodel. Het hanteert het Lean Startup-model, wat inhoudt dat deelnemers al in een heel vroeg stadium – als er nog niet veel meer is dan een idee of een prototype – langsgaan bij potentiële klanten. Zo kunnen ze al snel leren wat de markt wil en eventueel bijsturen. ‘Als techneut is dat spannend: met niks naar de markt gaan, dat slaat nergens op’, zegt Lamers. ‘Maar via het krachtige netwerk zijn we met heel veel gave bedrijven in contact gekomen. Bij elk bedrijf dat we wilden, kwamen we aan tafel.’

Bits&Chips Industrial 5G Conference

De belangrijkste les uit al die gesprekken is dat de oorspronkelijk gekozen focus op agrirobots niet zo handig is. Lamers en co moeten daarvoor een compleet nieuwe robot gaan ontwikkelen. ‘Superduur natuurlijk en je moet enorm veel marktkennis hebben. Bovendien zit onze toegevoegde waarde niet in de wagens – die zijn er al op de markt – maar in de positiebepaling.’ Het betekent een pivot naar de focus op alleen de positioneertechnologie.

Met de Juno kunnen gebruikers relatief positioneren, steeds vanaf een bekend startpunt.

Via Startupbootcamp leert Lamers ook randzaken zoals hoe hij een goede pitch moet geven. ‘Belangrijk maar ontzettend moeilijk’, aldus Lamers. Ook onderwerpen als branding en marketing passeren de revue. ‘We zijn van naam veranderd. Unconstrained Robotics was te lang, te beschrijvend en de afkorting botste met Universal Robots. Nu heten we dus Accerion.’

Bovendien blijkt dat de agromarkt weliswaar erg interessant is maar dat er twee nog veel interessantere sectoren zijn: de automatisering van magazijnen en fabrieken. De oplossing van Accerion heeft in die sectoren veel toegevoegde waarde omdat agv’s en mobiele robots dan geen infrastructuur nodig hebben om hun weg te vinden. ‘Wij gebruiken de grond als referentie en geen inductielijnen, magneetgrids of radiobakens’, legt Lamers uit. ‘Veel klanten willen af van oplossingen waar veel infrastructuur voor nodig is. Dan kun je twee wegen bewandelen. De eerste is continu om je heen kijken. Met lasers of visionsystemen zie je welke objecten er in de omgeving staan. De voetbalrobots van Tech United doen dat bijvoorbeeld.’

Het alternatief is om de ondergrond te gebruiken zoals Accerion dat doet. Lamers: ‘Conceptueel is dat compleet anders. We zijn nog niemand tegengekomen met deze surface tracking– en surface mapping-technologie.’ Als gezegd, gebruikt Accerion een methode die zeer vergelijkbaar is met een optische muis. Dat systeem maakt snel achter elkaar beelden van de ondergrond. Die worden gelijk met elkaar vergeleken. Uit de overlap kun je de afgelegde weg in x- en y-richting en de draaihoek om de z-as afleiden.

‘De andere oplossingen werken prima als de omgeving niet al te veel verandert’, aldus Lamers. ‘Maar magazijnen zijn nogal dynamisch. Het wereldbeeld wijzigt continu en dat zal de robot moeten bijhouden. Als er een object voor je ijkpunt staat, kun je niet verder. De ondergrond is echter altijd beschikbaar.’

‘Wij doen alleen de positiebepaling’, vult Burg aan. ‘Je hebt daarnaast een navigatiesysteem nodig en een safetysysteem die kijkt of je nergens tegen aanbotst. Waarom wij ons daar niet op richten? Omdat veel van onze klanten al iets dergelijks hebben geïntegreerd. Oplossingen op basis van onze sensor kunnen toe met een basaal systeem om een wereldbeeld te maken. Het hoeft alleen te detecteren dat er iets in de baan van de robot staat. Verder niets.’

Burg gaat verder: ‘Ons systeem maakt het allemaal een stuk eenvoudiger. Je sluit hem aan op de robot, stroom erin, positie eruit. Andere oplossingen combineren allerlei meetmethodes. Zulke multimodale systemen maken het erg complex, niet alleen omdat je het allemaal moet koppelen maar ook omdat je met heel veel leveranciers te maken krijgt.’

Totaaloplossing

Begin 2016 trekt Accerion twee investeerders aan. Liof en Kickstart Venlo steken gezamenlijk zes ton in het bedrijf. Dat de investeerders de onderneming vragen om te verhuizen van Eindhoven naar Venlo is geen enkel probleem. ‘Binnen drie maanden hadden we alles rond’, glimlacht Lamers. ‘Uit het boekje.’ Recentelijk stapte ook RVO in via een innovatiekrediet van vier ton. ‘Bij elkaar lijkt dat veel, maar iedereen weet dat ontwikkelen extreem duur is.’

Recentelijk lanceerde Accerion de Jupiter, die de absolute positie kan bepalen zonder dat daarvoor extra infrastructuur nodig is.

Accerion vindt een launching customer in een Nederlandse middelgrote automatiseerder van logistieke systemen waarvan Lamers de naam nog niet wil prijsgeven. ‘Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe agv en vond onze technologie zo gaaf dat het tien units heeft gekocht, nog voordat dat er een kant-en-klaar product was’, zegt Lamers. Ook is er een Amerikaanse klant waarover Lamers niets mag zeggen. ‘Zonder dat we er veel moeite voor doen, krijgen we toch aandacht van internationale bedrijven.’

Verder werkt Accerion samen met Nobleo Technology. Het Eindhovense consultancybureau heeft ook een projectdivisie waar het eigen technologie ontwikkelt. ‘Door onze samenwerking zagen ze een gat in de markt en zijn ze technologie en kennis gaan opbouwen op het gebied van navigatie: de aansturing van een robot en de planning van de route. Dat doen wij dus niet maar de combinatie is heel mooi want we kunnen nu samen een totaaloplossing aanbieden.’

Opschalen

Het eerste product van Accerion is de Juno. Daarmee kunnen gebruikers relatief positioneren, steeds vanaf een bekend startpunt. Dat gaat natuurlijk niet oneindig nauwkeurig dus moet het systeem zichzelf uiteindelijk toch corrigeren. Met qr-codes, bijvoorbeeld aan het begin van een gang waar hij vaak voorbijkomt, zet Accerion de robot weer op de goede weg. ‘De oplossing is dus niet helemaal vrij van infrastructuur maar infra-arm. Dat vinden potentiële klanten al een heel grote vooruitgang’, aldus Lamers.

De Venlonaren wilden echter meer. De Jupiter die het onlangs lanceerde, kan ook de absolute positie bepalen zonder enige aanpassing aan de infrastructuur. Hoe het systeem dat doet, wil Lamers niet zeggen. ‘De patentaanvraag loopt.’

Beide producten hebben geen licht nodig. Dat is fijn want er is een grote kans dat in de nabije toekomst compleet donkere magazijnen ontstaan waar geen mensen meer komen en alleen nog robots rondrijden. Ook is er groeiende vraag naar robots die van binnen naar buiten kunnen. ‘Voor een camera is dat heel lastig’, weet Lamers. ‘Wij hebben geen last van tegenlicht en hoeven niet opnieuw te kalibreren.’

Voor Accerion is het nu zaak om op te schalen. ‘Dit jaar gaan we diverse projecten doen’, schetst Burg. ‘Die moeten volgend jaar honderden verkochte sensoren opleveren.’ Ook gaan de zeven Venlose ingenieurs werken aan de grootte, de prijs en het design. ‘Ik sluit niet uit dat we daarvoor nog een extra financieringsronde nodig hebben.’