Ondersteun struikelende technische studenten

Wim Hendriksen kan zich een organisatie voorstellen die klaarstaat als een student strandt. Een buddy uit het bedrijfsleven of een pas gepensioneerde kan zinvol zijn. Hij biedt zichzelf aan als vrijwilliger.

Wim Hendriksen

11 oktober

Mijn eerste wiskundecollege in 1972 aan de Universiteit Twente kan ik mij nog herinneren als de dag van gisteren. Na de middelbare school zaten we voor het eerst in een collegezaal met zeshonderd zenuwachtige eerstejaars. Een man met een rare trui aan keek boos de zaal in en zei: ‘Kijk naar uw buurman ter linkerzijde.’ Dat deden we braaf allemaal. Hij vervolgde: ‘En kijk nu naar uw buurman ter rechterzijde.’ Dat deden we braaf. Toen kwam het: ‘Slechts een van u drieën zal de eindstreep halen.’

Na twee minuten doodse stilte begon hij met een vijfdejaars-wiskundecollege waarvan wij broekies in de zaal alleen de lidwoorden konden begrijpen. Aan het einde van het college keek hij triomfantelijk de zaal in en wandelde hij tevreden naar buiten. De klootzak.

Dit vijfdejaarscollege was voldoende voor een van mijn medestudenten om zijn technische studie te staken. Hij is een eerwaarde dominee geworden. Dat was het eerste slachtoffer, en er zouden er nog vierhonderd volgen.

Wim Hendriksen was softwaremanager bij ASML en lector bij Fontys Hogeschool ICT. Nu beziet hij de ontwikkelingen vanachter de geraniums.

Nu, vijftig jaar later, belooft de rector magnificus van de TUE dat ze 2500 technische master of science gaan afleveren in 2030 (nu 1500) en dus moeten groeien naar een universiteit met 26 duizend studenten (nu 13 duizend).

De gemiddelde studieduur aan de TUE is ongeveer zes jaar. Als je in zes jaar 2500 masters per jaar oplevert, dan zijn dat er in totaal 15 duizend. De rector magnificus geeft aan dat hij daarvoor moet groeien naar een universiteit van 26 duizend studenten. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar dat betekent dat zich in die zes jaar 11 duizend studenten inschrijven maar nooit een masterdiploma zullen halen. Een aantal van hen zal de universiteit succesvol met een bachelor verlaten. En de rest, pakweg 1500 studenten per jaar, is als het ware mislukt.

Mijn conclusie is dat tegenwoordig dus 60 procent succesvol afstudeert, een stuk beter dan de 33 procent uit mijn tijd!

Maar dat is mij niet genoeg. Die 1500 jonge mensen hebben allemaal bewust een technische studie gekozen. De meesten komen van buiten Eindhoven, een aantal van buiten Nederland of buiten Europa. Allemaal komen ze met glimmende ogen binnen en willen de wereld laten zien wat ze kunnen. Na een paar jaar zwoegen en soms ook nietsdoen breekt het besef door dat het niet gaat lukken. De gewenste toekomst blijkt ineens niet mogelijk en ze hebben geen idee wat ze nu moeten gaan doen. Ze vinden dat ze gefaald hebben. Sommigen durven het niet eens thuis te vertellen. Een aantal voelt zich hun hele leven lang loser.

De jongeren die een technische opleiding doen, kun je verdelen in drie groepen. De eerste haalt zijn studie, dankzij of ondanks de universiteit. De middenmoot bestaat uit een deel dat het haalt en uit een aantal dat het wel zou kunnen, maar waar het om de een of andere reden niet lukt. Dan is er een derde groep die gewoon de verkeerde studiekeuze maakt of echt niet slim genoeg is.

Het heeft zin om de risicogroep in de middenmoot – de mensen die het wel kunnen, maar die het niet lukt – vroegtijdig te identificeren en te helpen. Met individuele aandacht is een aantal te redden. Dat kan door de manier van opleiden te veranderen, zonder aan het niveau te morrelen. De overgang naar een andere discipline binnen de TUE of naar het hbo is natuurlijk ook een prima oplossing. Dat gebeurt nu ook wel maar gaat te traag. Een paar jaar lanterfanten is slecht voor de student en duur voor de maatschappij.

Het zou me niet verbazen als er met gerichte actie voor honderden studenten per jaar een afgang is te besparen. Velen van hen kunnen we begeleiden tot gewaardeerde collega’s in de Brainportregio. Studenten die techniek leuk vinden maar zich gedwongen voelen om uit te wijken naar studies als politiek, psychologie, recht en economie is zonde van het talent.

Dit hoeft de TUE niet in haar eentje aan te pakken. Ik kan me een organisatie voorstellen die klaarstaat als een student in de problemen komt. De TUE, de industrie, het hbo en mbo kunnen samenwerken om worstelende studenten te helpen om het hoofd boven water te houden. Wellicht wil Brainport wel het voortouw nemen.

Een buddy uit het bedrijfsleven of een pas gepensioneerde kan zinvol zijn. Een wandelingetje samen met de student langs de Dommel door het Silly Walks-tunneltje werkt soms al verbazingwekkend goed. Been there, done that.

Ik bied mij aan als vrijwilliger en ik ken genoeg mensen die mee willen doen. Ondersteun struikelende technische studenten en voorkom dat we ze voorgoed verliezen.