‘Optomechatronica in Eindhoven is van topniveau’

Acht jaar geleden startte DSPE met een certificeringsprogramma voor opleidingsprogramma’s op het gebied van precisietechniek. Nikolai Vasiljevic was drie jaar geleden de eerste die voldeed aan de eisen van een bronzen certificaat. De cursussen die hij tijdens zijn promotie heeft gevolgd, hadden een groot effect op zijn carrière.

Jessica Vermeer
28 november 2019

In 2011 nam de Dutch Society for Precision Engineering (DSPE) het initiatief voor een certificeringsprogramma voor postacademisch onderwijs. Het doel was om het aanbod te versterken door opleidingen voor precisiemachinebouw te certificeren. Het initiatief ontstond twee jaar daarvoor, toen het Philips Centre for Technical Training werd opgeheven en de onderwijsprogramma’s versplinterden en gedeeltelijk verdwenen. De Nederlandse hightech kon zich zo’n verlies niet veroorloven, vond de brancheorganisatie.

Nikola Vasiljevic deed zijn PhD-onderzoek op de Technische Universiteit van Denemarken. Hij ontwierp, ontwikkelde en testte een mobiele, langeafstandsinfrastructuur voor atmosferisch en windenergieonderzoek.

DSPE besloot het volledige aanbod in kaart te brengen en de kwaliteit ervan te bewaken door een certificeringsprogramma op te zetten. Kandidaten kunnen gecertificeerde trainingen volgen, waarvoor ze punten verdienen (ongeveer één punt per cursusdag). Een totaal van 45 punten zou de titel van Certified Precision Engineer (CPE) opleveren. Deze werd later opgesplitst in een bronzen certificaat voor 25 punten, zilver voor 35 punten en goud voor alle 45 punten.

In 2016 bereikte Nikola Vasiljevic als eerste het bronzen niveau. De Servische onderzoeker promoveerde aan de Technische Universiteit van Denemarken (DTU) op de afdeling Windenergie. Hij ontwierp, ontwikkelde en testte een mobiele, langeafstandsinfrastructuur voor atmosferisch en windenergieonderzoek. Dit Windscanner-systeem, dat gebaseerd is op meerdere scannende wind-lidars, brengt de windstroom in kaart.

Vasiljevic’ achtergrond ligt in de elektrotechniek en informatica. Voor zijn promotieproject was hij op zoek naar een goede cursus die fundamentele en praktische kennis over motion control tuning zou opleveren. Hij had het gevoel dat hij kennis over een aantal praktische aspecten van zijn werk miste. Bij toeval leerde hij de cursussen van High Tech Institute kennen.

Techwatch Books: ASML's Architects

Op de gok naar Eindhoven

High Tech Institute biedt veruit de meeste CPE-gecertificeerde opleidingen aan. Vasiljevic’ belangrijkste reden om zich bij zijn eerste cursus aan te sluiten, was de manier waarop het onderwerp werd gepresenteerd. ‘Voor optomechatronica is er veel literatuur beschikbaar, maar het is moeilijk om het in de praktijk te gebruiken’, zegt hij. ‘Het merendeel van de cursussen die ik nu heb gevolgd, richtte zich juist wel op de praktische aspecten van het ontwerpen van complexe optomechatronische apparaten. Zo leer ik altijd, dat wil zeggen door dingen te bouwen en te begrijpen in de praktijk. Voor meer gedetailleerde kennis lees ik boeken en vakliteratuur.’

Omdat hij de positie van de regio Eindhoven in de hightechindustrie kende, durfde hij de gok aan en schreef hij zich in voor de eerste cursus bij High Tech Institute. ‘Optomechatronica in Eindhoven is van topniveau in vergelijking met de rest van de wereld. Veel van mijn elektrotechniekvrienden van de Universiteit van Belgrado zijn naar Eindhoven gekomen om te promoveren of om bij Philips te werken.’ Hij vindt de hightechindustrie in Eindhoven zeer gezond. ‘Je ziet niet vaak een dergelijke mate van uitwisseling tussen verschillende bedrijven. Mensen bewegen zich regelmatig tussen bedrijven binnen de regio en dragen zo bij aan kennisuitwisseling. Ondanks de concurrentie is er ook een zekere mate van openheid.’

Uitgebalanceerd

Motion control tuning’, de eerste cursus die Vasiljevic volgde, was een geweldige ervaring. ‘Ik was verbaasd over de kennis die ik in die zes dagen heb opgedaan. De opzet van de cursus was een uitgebalanceerde mix van theoretische en praktische aspecten van motion control tuning. Dat is wat me ertoe bracht om verder te gaan en andere cursussen te bekijken, zoals ‘Advanced motion control tuning’.’

Na die eerste cursus volgde Vasiljevic nog een aantal aanvullende cursussen. ‘Er waren andere trainingen die me aanspraken, zoals ‘Experimental techniques in motion control tuning’ en ‘Metrology and calibration of mechatronic systems’. Mijn achtergrond ligt in de meettechnieken, de ontwikkeling van windsensoren en de metrologie, dus bijna het hele curriculum was van toepassing op mijn onderwerp.’

Op zijn eigen universiteit in Denemarken zou Vasiljevic waarschijnlijk een volledige semesteropleiding hebben moeten volgen om de benodigde kennis op te doen. Bovendien vindt hij dat de praktische aspecten niet door gewone academische professoren kunnen worden onderwezen. De docenten van High Tech Institute hebben jarenlange ervaring in de industrie. Ze bouwden praktische kennis op, ondersteund door de theorie.’ DTU verplichte Vasiljevic om punten voor het European Credit Transfer System (ECTS) te halen. ‘De CPE-cursussen kon ik daarvoor prima gebruiken.’

De volgende cursus die Vasiljevic volgde, was de Opto-Mechatronics Summer School. Hij kreeg een toelage vanuit de Marie Curie-beurs zodat hij beschikte over voldoende financiële middelen voor nog vijf extra cursussen, die alle onderwerpen van optomechatronica behandelden, behalve softwareontwikkeling.

Kennis en netwerken

Na zijn promotie hoopte Vasiljevic een tweede generatie van het langeafstandssysteem Windscanner te kunnen maken. Dat is helaas niet gebeurd. Toch hebben de cursussen hem veel opgeleverd. ‘Vooral het netwerkgedeelte van de cursussen. Ik raakte bevriend met Adrian Rankers en Pieter Nuij, beide docenten bij High Tech Institute. We houden regelmatig contact.’

Vasiljevic over zijn eerste training bij High Tech Institute: ‘Ik was verbaasd over de kennis die ik in die zes dagen heb opgedaan.’

In totaal was de investering vergelijkbaar met wat je nodig zou hebben voor een MBA-diploma. ‘Het is een mooi bewijs van je capaciteiten.’ Vasiljevic denkt dat hij er nog niet in geslaagd is om de opgedane kennis ten volle te benutten omdat hij de tweede generatie van zijn tool niet heeft gemaakt. ‘Toch heb ik het apparaat verbeterd met de kennis die ik heb opgedaan.’

Na zijn promotie heeft Vasiljevic overwogen om een baan in Eindhoven te zoeken, maar uiteindelijk heeft hij geen goede match gevonden. ‘Hr-afdelingen hebben graag gestandaardiseerde mensen die in hun bedrijf komen werken. Omdat ik verschillende dingen doe, van softwareontwikkeling en optiek tot besturing en datawetenschap, ver buiten de rol van smalle specialist of een systeemarchitect, is het moeilijk om mij te labelen en in vooraf vastgestelde bedrijfsmallen te plaatsen.’

Momenteel werkt Vasiljevic nog steeds in de onderzoekswereld. ‘Deel uitmaken van een onderzoeksomgeving, vooral op het gebied van technologie en engineering, vereist dat je voortdurend nieuwe vaardigheden en kennis opbouwt omdat het de enige manier is om te overleven in het landschap waar de financiering schaars is. Daarom denk ik dat onderzoekers tegenwoordig capabeler en beter in staat zijn om zich aan te passen dan voorgevormde r&d-ingenieurs, die favoriet zijn bij hr-managers.’

Europese uitbreiding

Vasiljevic vindt het lastig om een enkel aspect van de CPE-certificering aan te wijzen dat voor hem het meest waardevol is. ‘Ik zou zeggen een mix van alles. Praktische kennis, die een goede basis vormt om zelf te blijven leren. Kleine groepjes van maximaal twintig personen, die de leraar leren kennen. Netwerken tussen collega’s.’

Hij is ervan overtuigd dat de ECTS-punten die hij van zijn CPE-opleiding heeft gekregen zijn carrière op een positieve manier hebben beïnvloed. ‘Ik word binnenkort senior onderzoeker. Ook op de afdeling Windenergie word ik beschouwd als een optomechatronicus en de persoon om naartoe te gaan als er problemen zijn met bewegingssystemen.’

Vooruitkijkend, wil Vasiljevic zijn ervaring in optomechatronica zo inzetten dat hij op een dag een rol als systeemarchitect en ontwerper van nieuwe en spannende optomechatronica op zich neemt. ‘Mijn belangrijkste zorg is dat als ik de opgedane kennis niet gebruik deze uiteindelijk zal verdampen. Misschien dat ik op een dag in Eindhoven ga werken, in het hart van de hightechindustrie.’

Momenteel wordt het CPE-certificeringsprogramma uitgebreid naar Europees niveau. Samen met Euspen, het Europese equivalent van DSPE, zijn nu ook enkele cursussen uit andere Europese landen gecertificeerd.