Prespective en Qing zetten schouders onder versnelling digital twinning

De invoering van digital twins strandt regelmatig in goede bedoelingen. Een gebrek aan theoretische achtergrond en een tekort aan praktische knowhow liggen daaraan ten grondslag. Met gezamenlijke innovatiesessies willen Prespective en Qing geïnteresseerde bedrijven de weg wijzen.

Alexander Pil
4 november

De laatste tijd hangt er een flinke jubelstemming rondom digital twins. De hype over de simulatieaanpak is weliswaar groot, toch is vrijwel iedereen het erover eens dat het een sleuteltechnologie is, of gaat worden. ‘We hebben een aantal jaar het evangelie verkondigd. Met het boek in onze hand vertelden we over alle mogelijkheden van digital twinning’, zegt Prespective-cto Guido van Gageldonk. ‘In de praktijk zagen we echter regelmatig dat bedrijven de kerk wel wilden betreden, maar dat het te veel voeten in aarde had om de technologie goed binnen een organisatie te laten landen.’

Digital-twinprojecten blijven vaak steken door te weinig theoretische en praktische kennis.

De oorzaak van de soms stroperige implementatie van digital twin-technologie is tweeledig. ‘Er is technologische én organisatorische innovatie nodig. Daarmee zien we heel wat bedrijven worstelen’, aldus Bram de Vrught, businessmanager bij Qing. ‘Ze hebben wel een duidelijke wens om met de technologie aan de slag te gaan, maar ze weten niet goed hoe en waarmee ze moeten beginnen.’

De terughoudendheid die dat oplevert, kan voor een groot deel worden teruggevoerd op onwetendheid. Precies daar willen Prespective en Qing verandering in brengen. De twee specialisten op het gebied van digital twinning werkten al samen en hebben de handen nog verder ineengeslagen. Voor geïnteresseerde partijen organiseren ze gezamenlijk een-op-een innovatiesessies. Van Gageldonk: ‘De invoering van digital twins is allerminst een kwestie van one size fits all. Ieder bedrijf en elke situatie vragen om een andere benadering. Daarom gaan we graag met zo’n partij om tafel zitten om te bediscussiëren wat de technologie voor zijn business kan betekenen.’

Roadmap opstellen

Zo’n rondetafelgesprek begint bij de waarom-vraag. ‘Het gaat vaak fout omdat bedrijven puur op basis van een technologische wens willen beginnen met digital twins maar geen duidelijk doel voor ogen hebben’, heeft Van Gageldonk ervaren. ‘En als ze wel een doel hebben, blijkt regelmatig dat daarachter nog een fundamentelere vraag schuilt. Je moet eerst terug naar de first principles.’

Die stap is cruciaal, vindt ook De Vrught, die met zijn bedrijf in andere ontwikkeltrajecten een vergelijkbare innovatieaanpak hanteert. ‘Zo’n proces begint met een aantal sessies waarbij we eerst duidelijk proberen te krijgen wat de aanleiding is van de innovatiewens.’ Die benadering heeft zich de afgelopen jaren in de praktijk bewezen. ‘Relaties en opdrachtgevers zijn erg gecharmeerd van onze hands-on aanpak, vooral omdat het ze veel inzicht verschaft en controle geeft over het product. Omdat meerdere stakeholders in de organisatie betrokken zijn, zorgen we dat alle neuzen dezelfde kant op staan en iedereen hetzelfde beeld heeft van de digital twin die voor hen het meest interessant is.’

Tijdens een innovatiesessie zit een handjevol belanghebbenden uit de organisatie samen met specialisten van Prespective en Qing. Toolleverancier Prespective brengt zijn theoretische en softwarekennis in; Qing draagt bij met zijn praktijkervaring en knowhow vanuit het Nederlandse productiedomein.

Prespective en Qing zetten bedrijven op de goede digital-twinweg via innovatiesessies.

‘Zoals gezegd, dagen we het bedrijf eerst uit om tot de juiste waarom-vraag te komen’, vertelt Van Gageldonk. ‘Daarna werken we toe naar de toepassing en maken we het zo concreet mogelijk. Welke architectuur en infrastructuur zijn er nodig? Wat betekent het voor de data-acquisitie? Welke zaken zijn er wellicht al aanwezig?’ De Vrught vult aan: ‘Het eindresultaat is een roadmap met daarin het doel, de stappen die moeten worden gezet en wat het bedrijf na elk van die stappen kan verwachten.’

Simpele twin

Digital twins komen in organisaties regelmatig niet van de grond omdat die bedrijven de theorie niet goed kunnen vastpakken. Van Gageldonk: ‘Op zich is digital twinning niet nieuw, maar realtime 3D simulatie is toch net even anders dan meer traditionele ontwerptools. Je moet snappen hoe fysische systemen in simulatie werken. Engineers die bijvoorbeeld cfd-simulaties doen, weten vaak niet hoe de achterkant van zo’n pakket werkt en hoe een flow ontstaat. Wij nemen de bedrijven dieper de technologie in waardoor ze zelf leren inzien wanneer digital twinning wel werkt en wanneer niet. We kunnen snel tot de bodem komen en praktische handvatten geven zodat bedrijven beter beslagen ten ijs komen.’

Een misverstand is dat een digital twin gelijk een 100 procent representatie van de werkelijkheid moet zijn. ‘Afhankelijk van de toepassing zijn we daar nog jaren van verwijderd’, stelt De Vrught realistisch. ‘Dat beeld remt bedrijven echter vaak af. Met 90 procent, 50 procent of zelfs 20 procent overeenstemming kun je echt al nuttige dingen doen. Sowieso is dat een eerste stap op weg naar 100 procent, maar met heel weinig data en informatie kun je al een simpele twin opzetten, die ‘synthetische’ gegevens genereert waarmee je de volgende stap in je ontwikkeling kunt zetten.’

‘Er zijn allerlei aanvliegroutes die we binnen Prespective en Qing allemaal al een keer hebben genomen, van prototyping tot optimalisatie, en alles ertussenin’, gaat De Vrught verder. ‘Samen hebben we al heel veel dingen meegemaakt en gezien, dus we weten hoe dingen werken, en vooral ook hoe ze niet werken.’

De eerste stap hoeft ook helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. ‘Hoe accurater de simulatie, hoe meer tijd en energie het kost’, weet Van Gageldonk. ‘Maar als je een simpel dingetje wilt valideren, is die effort helemaal niet nodig en schiet je je doel voorbij als je het onderste uit de kan probeert te halen. Hou het zo simpel mogelijk; dat is een van de basisprincipes achter een succesvolle implementatie van een digital twin.’

Hoe dan?

Naast de theoretische en technische zaken hebben digital-twinstarters ook een organisatorische uitdaging. ‘In veel ontwikkelorganisaties zijn de verschillende disciplines vrij strak van elkaar gescheiden. Software, elektronica, mechanica, het zit allemaal in een eigen silo’, aldus Van Gageldonk. ‘Die eilandjes hebben er in het verleden voor gezorgd dat we efficiënt konden ontwikkelen, maar voor moeilijkere, complexere systemen werken ze juist averechts omdat vrijwel altijd een multidisciplinaire oplossing wordt gevraagd. Een digital twin is een ideale tool om die barrières te slechten en duidelijker te communiceren over het gezamenlijke doel.’

De innovatiesessies van Prespective en Qing brengen die disciplines bij elkaar zodat iedereen weer snapt waar ze met z’n allen naartoe werken. ‘Dan ben je er nog niet’, beseft Van Gageldonk, ‘maar het zaadje is geplant. Wij helpen ze vervolgens verder door ook de hoe-vragen te beantwoorden.’

Binnenkort starten Prespective en Qing met hun eerste gezamenlijke innovatietraject. ‘We passen de methode al jaren toe vanuit Qing’, zegt De Vrught. ‘Nu hebben we het toegespitst op digital twins en de belangrijke toevoeging gedaan met de theoretische basis en technologische kennis van Prespective. Ik ben ervan overtuigd dat we op die manier veel bedrijven kunnen helpen. Ik zie ons als de digital-twinversnellers van Nederland.’