Robots met social skills

Alexander Pil
12 december 2018

Nu robots steeds meer worden ingezet in huis, op scholen of in ziekenhuizen, moeten ze beter kunnen omgaan met mensen. Schoonmaakrobots maken nu vaak nog ’s nachts hun ronde als er niemand in de buurt is, maar we gaan naar een situatie toe waar de robot en de mens elkaar steeds vaker zullen tegenkomen. Daarvoor moeten mensen robots beter snappen, en robots mensen.

Op de TU Eindhoven doen researchers empirisch onderzoek hoe mensen met machines en robots omgaan. ‘Dat vertalen we naar modellen die we in de robot stoppen, zoals sociale regels en omgangsnormen’, verduidelijkt onderzoeksleider Raymond Cuijpers. ‘De robot moet weten wanneer hij wordt aangekeken en wat dat betekent. We testen vervolgens of die robot inderdaad beter wordt geaccepteerd. Dat is interessant voor de industrie omdat ze pas robots kunnen verkopen als mensen ze willen hebben.’

Een als schaap verklede Pleo-robot kan dementerende ouderen activeren.

Een van de onderzoekslijnen focust op de persoonlijke ruimte van mensen. Cuijpers: ‘In het kader van het Fast-project zijn we geïnteresseerd in hoe ver de afstand tussen de robot en de mens moet zijn. Wat is comfortabel? Uit onderzoeken blijkt dat een keurig nette functie te zijn. We kunnen afstand direct vertalen naar comfort en robots een pad laten plannen dat daarmee rekening houdt.’

De tweede lijn is oogcontact. ‘Als mensen in groepsverband met elkaar praten, zijn er allerlei regels. We weten wie er aan het woord is, voelen aan wanneer we kunnen interrumperen en gebruiken gebaren. Robots hebben die sociale intelligentie niet’, weet Cuijpers. ‘We doen nu experimenten hoe mensen oogcontact maken, wanneer ze dat doen en wanneer ze het weer verbreken. Dat model stoppen we in de robot. Vervolgens spelen we met de variabelen en meten we wat werkt en wat niet.’

Het derde terrein draait om emotionele expressie. Dat is interessant voor bijvoorbeeld autistische kinderen of dementerende ouderen. ‘Het blijkt dat mensen het prettig vinden als een robot er vriendelijk uitziet en emoties toont. Mensen reageren daar sterk op, ook al weten ze dat het maar een ding is. Het gevoel is er voordat je ratio zegt dat het een ding is. Dat willen we gebruiken om een robot beter te kunnen inzetten in sociale toepassingen.’

Er zit nog een groot gat tussen wat robots kunnen en wat mensen verwachten van een object dat op een mens lijkt. ‘Denk aan de Sophia’, verwijst Cuijpers naar de bijna-menselijke robot van het Chinese Hanson Robotics. ‘Stilstaand ziet ze er heel echt uit, maar zodra ze gaat bewegen, wordt het onnatuurlijk en kom je in de uncanny valley, de ‘griezelvallei’. Bij de Pepper of de Nao hebben mensen een heel andere verwachting. Als die wat klungelig doen, vinden we dat wel charmant. Voor de meeste praktische toepassingen lijkt het erop dat mensen liever voor het laatste kiezen.’