Smart Industry-programma impuls voor digitalisering maakindustrie

Alexander Pil
26 april

Stimuleren van digitalisering binnen de (maak)industrie leidt tot economische groei. Door samenwerking van het bedrijfsleven en overheden in het Programma Smart Industry is in vijf jaar tijd een nationaal netwerk van vijftig kennis- en testcentra opgezet waar ruim 680 bedrijven aan deelnemen. Daarmee is een goede impuls gegeven aan de toepassing van digitale technologie in het midden- en kleinbedrijf in de maakindustrie. Dat blijkt uit de evaluatie van het programma die staatssecretaris Mona Keijzer naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Staatssecretaris Mona Keijzer: ‘Het is belangrijk dat het nieuwe kabinet en de samenwerkende partners de Smart Industry-strategie van de toekomst samen invulling geven.’ Foto: EZK

Het kabinet wil met de vorig jaar gepresenteerde ‘Visie op de toekomst van de industrie in Nederland’ samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen inzetten op groei van de Nederlandse (maak)industrie. Nederland heeft van oudsher een sterke positie. Extra publiek en privaat investeren in innovatie en kennis is echter nú nodig om sterk uit de crisis te komen en de internationale concurrentiepositie te behouden. De belangrijkste aanbeveling uit de evaluatie is dan ook om de maakindustrie te blijven stimuleren om te kunnen digitaliseren.

Keijzer: ‘Het kabinet geeft zelf het goede voorbeeld door via het Nationaal Groeifonds meer dan een miljard euro extra te investeren in technologieën als artificial intelligence en quantum. Het toepassen van deze en andere digitale technologieën leidt tot hogere arbeidsproductiviteit en toekomstige economische groei. Juist op deze toepassingen richt het programma Smart Industry zich. De evaluatie toont de effectiviteit van dit programma aan. Het rapport biedt daarnaast nuttige aanbevelingen voor opschaling, zoals nationale coördinatie om regionale kennis te verbinden. Het is belangrijk dat het nieuwe kabinet en de samenwerkende partners de Smart Industry-strategie van de toekomst samen invulling geven.’

Smart Industry- en FME-voorzitter Ineke Dezentjé reageert: ‘Als bedrijven niet meegaan in deze vaart der volkeren, zullen ze op termijn inboeten aan concurrentiekracht. Daarom moet Smart Industry hoog op de politieke agenda van het volgende kabinet komen en meer bedrijven moeten zich bij het programma aansluiten. Spoed is gewenst, want digitalisering van de industrie is nooit af. Concurrentiekracht versterken vraagt om koploperschap op digitalisering; de snelheid daarvan bepaalt ons succes. Hoewel er met minimale middelen en veel vrijwillige inzet van betrokken organisaties een maximum resultaat is bereikt, moet het Smart Industry-programma nu zijn impact vergroten, om meer industriële bedrijven te bereiken en te helpen met digitaliseren over hun hele waardeketen.’