Tijdig doorvragen voorkomt puntoplossingen

Eddy Allefs

28 april

In de r&d voor machinebouw zijn we gewend om voorafgaand aan het ontwerptraject van een machine de specificaties op te stellen. Op dat moment is het van belang om na te denken of de ontwikkeling van de machine een eenmalig project zal zijn – een puntoplossing – of dat er later varianten van de machine nodig zijn. Zo’n systeemoplossing is bijvoorbeeld sneller, nauwkeuriger, lichter of goedkoper, of verwerkt andere materialen.

Eddy Allefs
Eddy Allefs is cto en innovatiemanager bij een aantal hightechbedrijven in Eindhoven.

In een bestaande markt, waarbij machines al eerder zijn ontwikkeld en verkocht, is het relatief eenvoudig om de eisen van toekomstige producten te bedenken. Sneller en nauwkeuriger zijn bijvoorbeeld al jarenlang de motivatie voor vele generaties machines voor de halfgeleiderindustrie. Op basis van deze kennis wordt een systeemontwerp gemaakt en een functionele decompositie naar deelfuncties. Elke deelfunctie heeft een goed beschreven interface naar de rest van het systeem. De deelfuncties hebben hun eigen roadmap. De interfaces worden meerjarig stabiel gehouden.

Zo kan bijvoorbeeld een machinefunctie voor aan- en afvoer van producten op de parameter snelheid jarenlang ongewijzigd blijven, als de machinesnelheid wordt beperkt door de module in het hart van de machine. De aan- en afvoermodules hoeven pas te worden aangepast op het moment dat ze een beperkende factor worden. Door de allereerste versies van de aan- en afvoermodules goed te dimensioneren, hoef je er daarna jarenlang niet meer naar om te kijken.

In de tak van de machinebouw waar eenmalige productielijnen worden ontwikkeld, zou het ook goed zijn om aan de klant te vragen of er in de toekomst wellicht duplicaten van de lijn nodig zijn, en of die dan dezelfde specificaties zullen hebben. Neem geen genoegen met het antwoord dat hij dat nog niet weet. Houd de klant een aantal generieke trends voor zoals circulariteit, de energietransitie, data, artificial intelligence of branchespecifieke trends zoals opkomende wetgeving en nieuwe spelers op de markt. In het publieke domein is vaak veel van dit soort contextinformatie te vinden. Spelen er zaken als toekomstige kostendruk of de noodzaak om andere producten op de machine te kunnen produceren of inspecteren (andere afmetingen, gewicht, kwetsbaarder), ga dan samen met de klant na of en wanneer deze aspecten van invloed zullen worden. Zo voorkom je dat je een serie van puntoplossingen gaat ontwikkelen.

Voor een startup is dit alles nog een stuk lastiger om vooraf te bedenken. Want als daar de ontwikkeling van start gaat, is er vaak nog geen klant. De r&d-budgetten zijn beperkt en de startup moet focus houden. Vandaar dat starters wordt geadviseerd om te focussen op het ontwikkelen van een minimum viable product (mvp). Een mvp bevat slechts het minimum aantal vereiste producteigenschappen, maar wel zodanig dat de klant bereid is om ervoor te betalen.

Zodra de eerste specificaties van de mvp op papier staan, voert de startup marktvalidatie uit bij beoogde klanten om na te gaan of dit inderdaad het juiste product is. Het risico van de mvp-benadering is dat technisch gezien een puntoplossing ontstaat omdat omwille van de beperkte middelen niet wordt doorgevraagd wat na die eerste fase het volgende product zou moeten zijn. Mijn advies aan startups is wel de mvp-focus te houden maar toch ook te bedenken wat erna komt. Hoe jammer is het om voor de mvp de hardware en softwarebesturing te kiezen die toevallig op het lab aanwezig waren en als je voor het eerste serieuze product na de mvp de hardware en software helemaal opnieuw moet ontwikkelen omdat de hoeveelheid rekenkracht, geheugen en sensoringangen ontoereikend bleken. Behalve dat dit onnodig geld kost, gaat ook kostbare doorlooptijd verloren. En dat net op het moment dat de klant jouw definitieve product wil kopen en voor de broodnodige inkomsten gaat zorgen.

Ingenieursbureaus die contract-r&d verrichten voor machinebouwers kunnen ook een waardevolle rol spelen. Door ook door te vragen over mogelijke toekomstige producten, kunnen ze hun klant uiteindelijk beter ontzorgen dan via een serie van puntoplossingen. Dat is een ‘u vraagt wij draaien’-benadering die wellicht goed is voor de inkomsten van het ingenieursbureau, maar niet meer past op (eco)systeemniveau om verantwoord om te gaan met r&d-budgetten en schaarse arbeidskrachten.