UT-hoogleraar Evers op sabbatical naar Singapore

Alexander Pil
6 juni

UT-hoogleraar Vanessa Evers is klaar voor haar nieuwe uitdaging. Ze vertrekt deze zomer voor minimaal een jaar naar Singapore, waar ze de nieuwe directeur van het net opgezette Institute of Science and Technology for Humanity (Nisth) aan de Nanyang Technological University (NTU) wordt. Evers wil tijdens deze sabbatical haar persoonlijke ambitie verbinden aan de ambities van het Designlab van de UT. ‘Een unieke kans om wetenschap in te zetten voor de mensheid, ik kon geen nee zeggen’, aldus Evers.

Wat is de rol van de mens in de 21e eeuw? En hoe kunnen we voorkomen dat de snelle ontwikkeling van technologie en kunstmatige intelligentie meer kwaad dan goed doet? Dit soort vragen staan centraal bij het instituut waar Evers vanaf augustus aan het roer staat. De oprichting vond plaats in maart en ze werd eerder al gepolst voor de positie van directeur. In Singapore zal ze meer dan ooit over de grenzen van disciplines heen werken om een antwoord te vinden op bovenstaande vragen. ‘Denk aan het verbinden van natuurkunde, robotica, neurowetenschap of design met humanitaire disciplines als taal en cultuur. Dat is wat mij betreft de toekomst’, zegt Evers. ‘De NTU heeft daarbij enorm veel slagkracht om die wetenschappelijke disciplines samen te brengen met overheden en industrie. Ik krijg daar op grote schaal de kans om met het instituut de ontwikkeling van nieuwe technologieën voor de verbetering van de samenleving te begeleiden.’

Evers komt op een relatief jonge universiteit terecht die de laatste jaren grote sprongen heeft gemaakt in alle wereldwijde rankings. NTU mag zich inmiddels meten met de meest prestigieuze universiteiten ter wereld als MIT, Stanford en Harvard. In de beroemde QS Ranking is NTU de nummer 1 in de ‘top 50 under 50’. Evers: ‘Qua wetenschappelijke impact staat NTU inmiddels aan de wereldtop, maar de maatschappelijk impact kan nog veel groter. Daar ligt voor mij de grootste uitdaging. Dat soort lijstjes zijn natuurlijk leuk, maar hoe kunnen we de wetenschap echt inzetten om de mensheid te redden, daar gaat het om. Met ontwikkelingen als Industrie 4.0 gaan de grote veranderingen in de manier waarop we leven, werken en spelen ons verplichten de moeilijke vragen te identificeren die moeten worden opgelost. Het vereist dat we samenwerken aan de verschillen die de neiging hebben ons te verdelen zodat de mensheid op onze kwetsbare planeet een mooie toekomst kan hebben.’

Designlab

Naast haar persoonlijke ambitie is er voor Evers nog een grote reden dit avontuur aan te gaan: de doorontwikkeling van het Designlab van de UT. Dit is een platform voor multidisciplinaire samenwerking en creativiteit, dat zich richt op onderwijs en onderzoek in designresearch. Studenten, wetenschappers, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties komen er samen. Evers is medeoprichter en codirecteur van het Designlab.

‘We hebben enorme stappen kunnen maken, maar de uitdaging ligt nu in het binnenhalen en uitwerken van grote, mondiale onderzoeksprojecten in plaats van het faciliteren en bij elkaar brengen’, zegt Evers. ‘De opwarmperiode is voorbij en we moeten nu scherpere keuzes maken om niet te ver van de wetenschap af te komen staan. Daar zijn netwerken van like-minded instellingen als die van Stanford, MIT en de NTU voor nodig. De NTU gaat hierdoor dus meer naar de UT kijken en het Designlab kan juist ook als inspiratiebron dienen. Een manier waarop ik voor het Designlab een waardevol internationaal netwerk kan opzetten, is door dat van buitenaf te doen. Van binnenuit is dat erg lastig. Ik hoop dat het Designlab straks in de NTU een partner heeft gevonden voor mondiale vraagstukken met internationale partners en mondiale impact.’

De eerste brug naar dat doel wordt later dit jaar al geslagen. De UT en de NTU bereiden een intentieverklaring voor. Evers: ‘De NTU heeft hier al met eigen ogen gezien hoe we in Twente bijvoorbeeld samenwerken met Novel-T. Ze willen studenten uit Singapore een kans geven mee te lopen met Twentse startups. Die bottomupmanier van werken kennen ze daar nog niet en vinden ze heel inspirerend.’