VDMA wil strengere opstelling jegens China

Paul van Gerven
15 januari

De VDMA maant de autoriteiten in Berlijn en Brussel hun Chinese handelsbeleid aan te scherpen. In een witboek stelt het Duitse verbond van machinebouwers dat oneerlijke subsidiepraktijken en het ongelijke speelveld op de Chinese markt niet langer getolereerd dienen te worden. ‘China is allang geen ontwikkelingsmarkt meer en moet zich daarom aan dezelfde internationale handelsregels gaan houden als Duitsland’, aldus VDMA-voorzitter Ulrich Ackermann.

Ten aanzien van ongewenste staatssteun stelt de VDMA een omkering van de bewijslast voor. Nu worden WTO-leden geacht staatssteun zelf te melden, maar dat gebeurt slechts in beperkte mate. Door elke niet-aangemelde subsidie als marktverstorend te beschouwen, kan daadkrachtiger worden opgetreden, denkt de VDMA. Het verbond wil daarnaast dat buitenlandse bedrijven een eerlijke kans krijgen bij Chinese openbare aanbestedingen, en omgekeerd dat Chinese spelers op de Europese markt aan dezelfde normen worden gehouden als Europese bedrijven.

Foto: VDL

De laatste tijd beweegt Nederland al naar een strengere opstelling jegens China. In mei vorig presenteerde het kabinet een nieuwe China-strategie, waarin onder meer ook voor een gelijk speelveld wordt bepleit. Industrieveteraan Wim van der Leegte was daarvan echter nog niet erg van onder de indruk, nadat een order van drie Nederlandse provincies voor 259 elektrische bussen niet naar zijn VDL was gegaan, maar naar het Chinese BYD.