We moeten de beweging naar hybride onderwijs versneld maken

Hanneke Ackermann

4 juli

De arbeidsmarkt is krap, misschien wel krapper dan ooit. Dat geldt zeker voor de technieksector. De nieuwe arbeidsmarktdata in de Monitor Techniekpact onderstrepen die krapte eens te meer. Het maakt de noodzaak van alternatief arbeidsmarktbeleid, met aandacht voor gerichte om-, her- en bijscholing groter dan ooit. Een van de zaken die daarbij helpt is het skillspaspoort.

Het belang van skills is groot om een compleet beeld te krijgen van iemands kennen en kunnen. Niet alle vaardigheden en competenties die een medewerker heeft, blijken uit het cv. Bijvoorbeeld omdat iemand de vaardigheden heeft opgedaan tijdens het uitvoeren van een baan, zonder dat dit leidde tot een diploma of certificaat. Met skillspaspoorten maak je ook inzichtelijk welke vaardigheden en competenties potentiële medewerkers hebben. Een diploma wijst op belangrijke basiskwalificaties, maar zeker jongeren hebben meestal veel gedaan en geleerd naast hun diploma.

Hanneke Ackermann is programmamanager beleid en arbeidsmarkttransities bij FME.

Skills is een van de pijlers van de aanpak van het arbeidsmarkttekort, maar zeker niet de enige. Heel veel vacatures in onze sector zijn structureel lastig te vervullen. Inmiddels zijn er op veel meer plekken tekorten. Maar techniek, technologie en de innovatie binnen onze sector staan ook aan de basis van innovatie in andere sectoren. Tekorten in onze sector hebben dus een vertragend effect op innovatie op grotere schaal. Het is echt een wicked problem dat we op verschillende fronten (moeten) aanpakken. Van techniekpromotie in het primair onderwijs, intensieve samenwerking tussen onze bedrijven en het mbo en hbo met goed aansluitende doorlopende leerlijnen, innovatie, werving van meiden en vrouwen én skills en skillspaspoorten – het is allemaal nodig.

De grotere focus op skills betekent het een en ander voor onderwijs, vooral qua flexibiliteit. Mijn droom is aantrekkelijke publiek-private samenwerkingsverbanden in alle regio’s waarbij bij- en omscholing zo veel mogelijk tegelijk plaatsvinden met reguliere scholing. Ik denk dat al het technisch onderwijs van de toekomst hybride is, tot stand gekomen in nauw contact met het bedrijfsleven. We moeten de beweging naar hybride onderwijs versneld maken. Nu is er veel versnippering op onderwijsgebied; onderwijs in het kader van leven lang ontwikkelen en regulier onderwijs zijn deels gescheiden werelden. In onze sector spelen bedrijfsscholen een grote rol in de opleiding van medewerkers; veel bij- en nascholing vinden niet plaats met bekostigd onderwijs.

Uiteindelijk is een ecosysteem nodig dat gericht is op hybride en modulair onderwijs, onderwijs met focus op vaardigheden. Daar werken we hard aan, bijvoorbeeld met Technohubs. Zo’n ecosysteembenadering vraagt flexibiliteit van het onderwijs en investeringen van bedrijven, maar het kan. Bij het Deltion College hebben ze bijvoorbeeld een slim onderwijsmodel ontwikkeld, met tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs op maat. Door de skillsaanpak en skillspaspoorten te combineren met modules ontstaat een model waarin diploma’s en aanvullende skills samen een goed beeld geven van waar mensen staan. Dat model kan worden gebruikt om de kennis en competenties én de ontwikkelvraag van mensen binnen en buiten onze sector helder te krijgen. Met korte op maat gemaakte modules kan die vraag vervolgens snel worden ingevuld.

Ik ben blij met de toegenomen aandacht voor leven lang ontwikkelen. Het kabinet trekt er veel geld voor uit, in het coalitieakkoord is er 400 miljoen euro voor vrijgemaakt en ook een van de toegekende aanvragen van het Nationaal Groeifonds – de Nationale LLO Katalysator – is specifiek gericht op leven lang ontwikkelen (LLO). Vooropgesteld, er gaat een forse som geld naar de LLO Katalysator en dat is heel mooi. Maar het is wel erg bedacht vanuit het onderwijs en vanuit het beeld dat het onderwijs heeft van de arbeidsmarkt. Dat vind ik de omgekeerde wereld. Ik denk dat we moeten denken en handelen vanuit de arbeidsmarkt: waar gaat die naartoe en hoe zorgen we dat alle medewerkers fit for the future zijn? Succesvolle publiek-private samenwerking ontstaat uit projecten waaraan overheden, onderwijs en ondernemers samen aan de basis staan. Verbinding moet vooral versnippering tegengaan. Zeker op het gebied van LLO is die versnippering groot.

We hebben altijd gezegd dat het belangrijk is dat niet iedere sector zelf het wiel uitvindt en eigen skillspaspoorten ontwikkelt. Dat werkt averechts; het leidt alleen maar tot meer versnippering terwijl het doel juist uitwisselbaarheid is, om snel te kunnen inschatten wat iemand wel en niet kan. Het is essentieel dat skillspaspoorten vergelijkbaar zijn – vergelijkbaarheid, validatie en uitwisseling, daar draait het om. Dat betekent dat die paspoorten ongeveer dezelfde onderdelen moeten bevatten en ongeveer in dezelfde taal geformuleerd zijn. Dan zijn ze uitwisselbaar; daar zijn skillspaspoorten voor bedoeld. Zodat, in ons geval, het voor een werkgever in de techniek herkenbaar is wat iemand weet of kan, of hij of zij nu al werkzaam is in de sector of de overstap wil maken.