Zijn we voorbereid op disruptieve tijden?

Biba Visnjicki

27 maart

In maart vorig jaar plaatste Volkswagen-topman Herbert Diess een selfie op Linkedin met Jeff Bezos. Diess schreef dat hij ‘ernaar uitkeek om de toekomst vorm te geven’ met zijn Amazon-vriend. In dezelfde maand kondigden ’s werelds grootste autofabrikant en ‘The Everything Store’ aan dat ze een industriële cloud voor de 122 vestigingen van Volkswagen zouden creëren, met de bedoeling het platform beschikbaar te stellen voor zijn wereldwijde ecosysteem. De langetermijnambitie van de autofabrikant is om zijn toelevernetwerk – meer dan dertigduizend locaties van meer dan vijftienhonderd leveranciers en partners – te integreren in een industriële cloud die zich over de hele wereld uitstrekt. Twee weken later lanceerden BMW en Microsoft een soortgelijk initiatief met hun Open Manufacturing Platform.

Het is duidelijk: we zijn getuige van de opkomst van productieplatforms die grote invloed zullen hebben op productie- en logistieke processen. Voor sommigen klinkt dit misschien futuristisch en ver weg, maar het gebeurt nu echt. Volledige productielijnen, locaties en systemen worden onderling verbonden via productieplatforms. Wat betekent het eigenlijk?

Biba Visnjicki is directeur van het Fraunhofer Project Center, een toegepast onderzoekscentrum dat zich richt op productietechnologieën, processen en digitale oplossingen in de productie.

Op korte termijn moeten organisaties ervoor zorgen dat de digitale architectuur van hun productieomgeving – de digitale backbone – geschikt is voor optimaal gegevensbeheer en autonome activiteiten. Op de langere termijn moeten ze hun eigen digitale strategieën definiëren die hen zullen sturen naar nieuwe organisatiestructuren, productieprocessen met een flexibele schaal en reikwijdte, en een nieuwe rol in de digitale toeleverketen.

De impact van de Europese auto-industrie is een goed voorbeeld. De ambitie is duidelijk. De Volkswagen-groep, waaronder Audi, Porsche en Skoda, verkocht bijvoorbeeld in 2018 slechts veertigduizend elektrische auto’s – 0,4 procent van de totale leveringen. Het cijfer stijgt tot slechts honderdduizend – 0,9 procent – wanneer je plug-in hybrides meetelt. Het doel is 22 miljoen aan het eind van dit decennium – een stijging van bijna 50 procent ten opzichte van het vorige doel. Dit betekent dat de uitdagingen voor leveranciers op deze schaal enorm zijn.

Bovendien zal de behoefte van oem’s in de automobielsector drastisch veranderen. Elektrische voertuigen hebben geen waterkoeling voor de motor nodig, of uitlaatsystemen. Slechts 17 procent van de mechanische onderdelen in auto’s met verbrandingsmotoren zal hetzelfde zijn als in hun elektrische neefjes. Dit soort ontwikkelingen in de auto-industrie zal Nederland sterk beïnvloeden. Wij zijn een land van eerste-, tweede- en derdelijns leveranciers. De toelevereisen en -ketens zullen een serieuze reorganisatie ondergaan. We verwachten dat de pool van voorkeursleveranciers binnenkort gebaseerd zal zijn op nieuwe waarden, namelijk sociale en ecologische verantwoordelijkheden en digitale mogelijkheden die flexibiliteit in leveringsgrootte en toepassingsgebied bieden.

Een andere nieuwkomer in de productieomgeving is 5g. Het biedt een lage latency en hoge betrouwbaarheid ter ondersteuning van kritieke toepassingen: realtime monitoring en diagnostiek, controle van productieprocessen, mobiele servicerobots, autonoom transport, productidentificatie, om er maar een paar te noemen. 5g zal niet alleen de snelheid en betrouwbaarheid van communicatie verbeteren, maar ook energie besparen en andere milieuvoordelen opleveren. In sommige gevallen is een energiereductie van 80 procent te verwachten met 5g.

Elke organisatie, ongeacht zijn omvang of bedrijfstak, heeft te maken met de overgang naar een digitale omgeving. Bij Fraunhofer werken we samen met veel bedrijven en ondersteunen we hen om de beste route te vinden in deze disruptieve tijden.