Zonneauto Lightyear ziet daglicht

In 2016, na twee keer de Bridgestone World Solar Challenge te hebben gewonnen, besloot een groep studenten van Solar Team Eindhoven een eigen bedrijf op te richten. Hun ambitie: een langeafstandsauto op zonne-energie bouwen en op de markt brengen. Onlangs toonde het team van Lightyear zijn eerste prototype: de Lightyear One.

Collin Arocho
27 juni

Precies bij zonsopkomst demonstreerde Lightyear in de TheaterHangaar in Katwijk het prototype van zijn eerste langeafstandswagen op zonne-energie. Met veel bombarie, voor een publiek van ongeveer duizend investeerders, klanten, partners en pers, onthulde de Helmondse startup officieel zijn Lightyear One. Ondanks dat buitenstaanders de auto voor het eerst in het echt konden aanschouwen, heeft Lightyear al meer dan honderd bestellingen ontvangen. Het bedrijf verwacht in 2021 de eerste zonneauto’s te kunnen leveren.

Lightyear heeft de auto speciaal ontworpen om ‘het meeste uit elke zonnestraal te halen’. De engineers hebben zich niet laten leiden door traditionele conventies, maar door de natuurwetten. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat de actieradius en het gebrek aan oplaadmogelijkheden nog steeds de grootste zorgen zijn voor mensen die de aanschaf van een elektrische auto overwegen’, zegt Lightyear-ceo en medeoprichter Lex Hoefsloot. ‘Ons belangrijkste doel is om het gat te vullen dat andere elektrische auto’s laten vallen.’

Schone mobiliteit

Door de haalbaarheid van zijn technologie in de auto-industrie aan te tonen, hoopt Lightyear de markt in de richting van ‘schone mobiliteit’ te duwen. Het bedrijf claimt dat de operationele kosten per kilometer binnen tien tot vijftien jaar aanzienlijk lager kunnen zijn dan die van benzineauto’s en dat de Lightyear One daarmee flink kan bijdragen aan vermindering van de wereldwijde uitstoot. Maar voor het zover is, hebben de Helmonders nog een lange lijst aan hordes te nemen.

Een van de belangrijkste aandachtspunten voor het Lightyear-team is wat het ‘ultra-efficiëntie’ noemt. Vanaf het begin had elke ontwerpkeuze grote impact op de prestaties en de algemene effectiviteit van de auto. Om het project van de grond te krijgen, moesten de ontwikkelaars een aantal zeer cruciale ontwerpkeuzes maken, voor de wielbasis, de grootte van de batterij en vooral het gewicht en de aerodynamica. Voor deze details riep Lightyear de hulp in van experts van onder meer Tesla en Ferrari.

Ansys Digital Twin Conference
Gebruikers kunnen de Lightyear One opladen via de zonnecellen op het dak, via normale laadstations en gewoon via het stopcontact.

Om de strikte efficiëntie-eisen te halen, is de Lightyear One gemaakt van hightech en lichtgewicht materialen, zoals koolstofvezel en aluminium. Dit draagt bij aan het verminderen van het totale gewicht – cruciaal voor elektrische voertuigen – terwijl ook de strenge veiligheidsnormen voor passagiers kunnen worden nageleefd. Hoewel Lightyear het totale gewicht van zijn auto niet heeft bekendgemaakt, beweert het ontwikkelteam dat de Lightyear One 30 tot 50 procent lichter is dan Tesla’s wagens, waarvan de populaire Model 3 1610 kg weegt.

De ontwerpers hebben gekozen voor een smalle wielbasis om het volume te verminderen en de aerodynamica te verbeteren. De luchtweerstandscoëfficiënt bedraagt 0,20. Ter vergelijking: conventionele auto’s hebben gemiddeld een weerstand tussen 0,25 en 0,3. De Lightyear One wordt aangedreven door vier onafhankelijke motoren in elke van de wielen, waardoor er geen energie verloren gaat bij het transport van de motor naar het wiel. Lightyear stelt dat zijn zonneauto in acht tot tien seconden optrekt van 0 naar 100 km/u. Het team koos voor een batterij van 60 kWh die ongeveer een derde kleiner is dan andere ev-voedingen, maar wel een actieradius van maximaal 725 km haalt wanneer zij volledig is opgeladen.

12 km per uur

Om de batterij te laden, bedacht Lightyear een hybride strategie die gebruikmaakt van zonne-energie en stroom van het bestaande elektriciteitsnet. Op het dak en de motorkap van de auto ligt vijf vierkante meter aan geïntegreerde zonnecellen, verpakt in veiligheidsglas dat zo sterk is dat een volwassene er zonder problemen overheen kan lopen. Lightyear heeft deze panelen ontkoppeld en kleinere circuits gecreëerd. Elk van deze deelcircuits is verbonden met een stroomconverter die het vermogen gelijkmatig over de cellen verdeelt, voordat de batterij wordt opgeladen. Via de zonnecellen kan de Lightyear One elk uur voor 12 kilometer opladen.

Voor elektrisch ‘tanken’ heeft Lightyear een snellaadoptie van 60 kW, die 570 km per uur kan opleveren. Ook is er een optie voor standaard openbare laadstations op 22 kW die een snelheid van 209 km per uur halen. Ten slotte kan de auto worden aangesloten op een gewoon 230 V stopcontact, die ongeveer 35 km per uur levert – oftewel 400 km in een nachtje opladen. Volgens Lightyear houdt dit in dat zijn auto niet stil komt te staan door gebrek aan zon of oplaadstations.

Nog veel obstakels

Ondanks de jubelstemming heeft Lightyear nog een lange weg te gaan. Ja, het heeft veel reuring en opwinding gegenereerd. Ja, dit prototype zit vol met innovatie en belofte. De realiteit is echter dat er nog veel valt te bewijzen.

Lightyear heeft nog slechts één enkel prototype dat bovendien allerminst grondig is getest. Voor de komende zes maanden staat er een pittig programma van zomer-, winter- en windtunneltests op de planning. Dan gaat het dus nog niet eens over veiligheidstests en botsproeven, noch over de verplichte goedkeuring van RDW of tests op de weg. Dit zijn allemaal flinke obstakels die ook nog moeten worden overwonnen voordat je de Lightyear One daadwerkelijk op straat kunt zien rijden. Met de dreigende deadline van 2021 in het achterhoofd zullen de komende achttien maanden zeer intensief zijn voor de jonge startup.

Het duurt nog zeker tien jaar voordat de Lightyear One betaalbaar is voor de gewone consument.

Naast deze potentiële struikelblokken moet Lightyear uitkijken dat het niet verzandt in dezelfde worsteling als Tesla. Dat bedrijf deed soortgelijke gedurfde beloftes, investeerde miljarden en heeft nog steeds zijn doel niet bereikt. Voeg daaraan toe dat bijna elke autogigant de markt voor elektro-auto’s binnendringt nu klanten steeds meer interesse in het elektrische alternatief tonen, en het is wel duidelijk dat het voor een nieuwkomer moeilijker is dan ooit om een plekje te bemachtigen op de automarkt.

Desondanks maakt Lightyear zich niet al te veel zorgen. ‘Eerlijk gezegd ben ik niet bang voor andere ev-bedrijven, want er is de komende decennia meer dan voldoende markt voor iedereen’, zegt cto en medeoprichter Arjo van der Ham. ‘Wat we proberen te doen, is de belangrijkste onderdelen selecteren, daarin investeren en ze echt verbeteren. Je krijgt een duurdere auto, maar wel eentje die een heel stuk beter is.’

En daarmee komen we op een ander heikel punt: de kosten. Met een prijskaartje van 119 duizend euro is het moeilijk om de Lightyear One te zien als een logische keuze voor de toekomst van schone mobiliteit. Voor die prijs zullen conventionele benzineauto’s de wegen blijven domineren. Lightyear innoveert door en is van plan de kosten drastisch omlaag te brengen, onder meer door de stap naar massaproductie te maken. Volgens ceo Hoefsloot zal het nog tien tot vijftien jaar duren voordat de Lightyear One echt betaalbaar is voor de gewone consument – een eeuwigheid voor een starter op de automarkt.