Zwarte zwaan

Alexander Pil

29 mei

Het coronavirus ontwricht de economie. Veel productiebedrijven zagen zich vanwege de regels rond social distancing genoodzaakt hun fabrieken volledig stil te leggen. Inmiddels beginnen de machines en lopende banden her en der weer te draaien, maar de bezetting is nog niet op haar normale niveau. En daarmee blijft de output en dus de omzet achter.

Alexander Pil is hoofdredacteur van Mechatronica&Machinebouw.

Ook al is de Covid-19-crisis (hopelijk) een zwarte zwaan, toch kun je de vraag stellen of de maakindustrie zich beter had kunnen voorbereiden. Ligt het antwoord wellicht in massale automatisering, robotisering en digitalisering? Machines en robots draaien immers gewoon door, ook als de rest van de wereld stilstaat.

Nou ja, dat klinkt leuk, maar helemaal correct is het natuurlijk niet. Volledig geautomatiseerde fabrieken waar het licht uit kan omdat er geen mensen meer werken, zijn zeer uitzonderlijk. In een productieproces zijn er nu eenmaal stappen die zo lastig te automatiseren zijn dat het niet rendabel is. De flexibiliteit van het menselijk brein en het gevoel in onze handen zijn ongeëvenaard. Daardoor is zelfs een technostreber als Tesla er nog altijd niet in geslaagd om zijn fabrieken geheel autonoom te maken. Ook daar staan nog altijd operators naast de productielijnen, al is het soms slechts ter controle of om bij calamiteiten direct te kunnen ingrijpen.

Automatisering en robotisering zijn zeker niet de heilige graal. Maar een hoge graad van digitalisering scheelt een slok op een borrel. Daf en Nedcar konden redelijk snel weer aan de slag, juist omdat ze door de vele robots en machines eenvoudig aan de 1,5-meterregel kunnen voldoen.

Machine Learning Conference

Dat Daf de productie tijdelijk moest staken, had overigens ook een andere oorzaak. Er ontstond een schaarste aan sommige onderdelen. En hoe mooi je je fabriek ook hebt geautomatiseerd, dan kun je echt niet verder. Je kunt Daf daar geen verwijt maken, vind ik, want het is zeker niet het enige bedrijf dat voor de coronacrisis uit kostenoverwegingen mikte op kleine voorraden en vertrouwde op efficiënte toeleverketens met just-in-time aanvoer.

Post-corona gaat dat model ongetwijfeld op de schop. Menig producent blijkt ineens wel erg afhankelijk van die ene leverancier uit China of Noord-Italië. Ik verwacht dat veel maakbedrijven zich nu achter de oren zullen krabben en hun toeleverketens minutieus onder de loep nemen, waarbij ze dieper zullen kijken dan alleen hun eerstegraads partners.

Een deel van de oplossing is dat je je onderdelen niet van één bron betrekt, maar het risico spreidt. De Deense cobotfabrikant Universal Robots had zo’n dual source-keten al ingericht en profiteerde daar dubbel van: eerst toen zijn Chinese partners in lockdown gingen en daarna toen Europese en Amerikaanse toeleveringen onder druk kwamen te staan.

Die versterkte drang naar risicospreiding betekent ook dat termen als reshoring en nearshoring populairder worden in directiekamers. Wat hier de langetermijngevolgen van de pandemie zijn, is koffiedik kijken. Het zou me echter niet verbazen als in de afweging ‘maken we het hier of daar?’ het dubbeltje vaker de andere kant op valt. Lage lonen zijn interessant, maar met een lokale leverancier of een eigen fabriek om de hoek is het een stuk makkelijker schakelen. Essentieel als het om je meest kritieke onderdelen gaat.

En dan is er nog het onderhoud van al die machines. Meestal worden daarvoor externe, zeer gespecialiseerde technici ingevlogen. In een tijd van reisbeperkingen en grensafsluitingen levert dat, op z’n zachtst gezegd, behoorlijk wat moeilijkheden op. ASML – een bedrijf dat vooralsnog immuun lijkt voor corona – merkt dat als het zijn engineers naar een klant stuurt: eerst twee weken in quarantaine bij aankomst, en daarna twee weken bij terugkomst. Ga er maar aan staan. Ar- en vr-oplossingen zijn weliswaar in opkomst en helpen de pijn te verzachten, maar die technologieën zijn nog lang niet volwassen genoeg om al het mensenwerk over te nemen.

Iedereen kent het devies ‘never waste a good crisis’, maar je kunt je afvragen hoeveel er structureel verandert als het vaccin is gevonden en iedereen zijn normale ritme weer oppakt. Halen we dan opgelucht adem en is het business as usual?