Man op de maan
Sinds de lancering is er veel kritiek op het topsectorenbeleid. Het zou oneerlijk en ondoorzichtig zijn. Ook mopperen criticasters dat alleen grote bedrijven profiteren en de aanpak het mkb in de kou laat staan. Het is natuurlijk goed Nederlands gebruik om te zeiken over maatregelen van de overheid die er hoegenaamd toch niets van begrijpt. Ik denk echter graag in oplossingen. Inspirerend vond ik daarom de aflevering ‘De slimme staat’ van VPRO’s Tegenlicht. Als u de uitzending eind oktober heeft gemist, adviseer ik u van harte haar nog eens terug te kijken op internet.
Het programma gaat over de vraag hoe de overheid innovatie moet stimuleren. De makers beginnen met de vraag wie de nieuwste technologieën nou eigenlijk bedenkt. Wie zijn de echte innovators? Niet de hippe techneuten bij Apple en Google, claimt de Italiaans-Amerikaanse econoom Mariana Mazzucato, die spreekt over ‘de mythe van Silicon Valley’. Ze betoogt terecht dat er nooit een Iphone zou zijn geweest zonder bijvoorbeeld internet, gps of een touchscreen. Allemaal uitvindingen die vrijwel volledig door de overheid zijn gefinancierd maar waarvan de echte winst bij slimme ondernemers terechtkomt.
De truc is om ervoor te zorgen dat de overheid - en daarmee u en ik - meeprofiteert van de opbrengst uit de innovaties die het heeft gefinancierd. Die winst kan de overheid dan opnieuw investeren. In Denemarken lijken ze de oplossing te hebben gevonden. De Deense overheid heeft een eigen investeringsfonds: Vækstfonden (Groeifonds). Via die weg koopt Denemarken aandelen in innovatieve start-ups. Sinds de oprichting in 1992 gaat het om ongeveer twee miljard euro in zo’n zesduizend bedrijven. Dit jaar komt de teller op bijna vierhonderd miljoen in een kleine duizend bedrijven. Lang niet allemaal technostarters overigens.
Het rendement van het Vækstfonden is helaas onduidelijk. Slagen ze er bijvoorbeeld in om normale vc’s af te troeven? Doen ze het beter dan het Nederlandse Toekomstfonds, dat werkt met renteloze leningen die moeten worden terugbetaald (en voorlopig nog matig is gevuld)? Er zijn in ieder geval een paar succesverhalen. Een daarvan is de investering die het Vækstfonden deed in Universal Robots. Drie studenten hadden tien jaar geleden het briljante idee om een cobot te ontwikkelen. Ze hadden hun budget bijna verbrand toen het Deense groeifonds in 2008 twee miljoen euro overheidsgeld investeerde. Eerder dit jaar betaalde Teradyne 285 miljoen dollar voor Universal Robots. Het Vækstfonden hield ruim honderd miljoen over aan die overname. Die winst ging echter niet terug in de staatskas maar vloeit bijna allemaal door naar nieuwe start-ups.
Het Deense model waarbij de investeringen van de overheid meer zijn dan subsidies en het zaaigeld blijft rouleren, zou hier ook prima kunnen werken. Belangrijk is wel dat de overheid zich niet als een ‘normale’ investeerder gedraagt en allerlei rendementseisen op tafel legt. Een alternatief voor dit cyclische model is een methode uit de farmaceutische wereld: de overheid geeft een innovatie in licentie en strijkt zo direct geld op van haar investering.
Denemarken heeft nog een tweede troef waar we een voorbeeld aan kunnen nemen. Een paar jaar geleden is er een start gemaakt met een man-on-the-moon-project. De Deense missie is om in 2050 volledig fossielvrij is. Een ambitieuze langetermijnvisie maar de Deense energieminister Martin Lidegaard is erin geslaagd om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. De complete sector, het parlement, de industrie, milieuorganisaties, iedereen staat er nu achter. Inmiddels zitten de Denen al op ruim veertig procent duurzame energie. Dat is natuurlijk goed voor het milieu maar ook zeker voor de industrie. Denemarken houdt er grote multinationals aan over zoals windmolenbouwer Vestas. Het is dé plek voor groene innovaties. Een positie waar het land uiteraard goed aan kan verdienen.
De Deense aanpak is precies het omgekeerde van het topsectorenbeleid, dat vaak het verwijt krijgt te breed en te vaag te zijn. Het bereik van de negen sectoren is immers zo groot dat je als bedrijf je best moet doen om er niet onder te vallen. Zouden we voor Nederland ook zo’n ambitieuze en concrete stip op de horizon kunnen zetten? In welke hoek zouden we die moeten zoeken? Wellicht extreme mobiliteit met als meetbaar doel dat er in 2040 alleen nog maar zelfrijdende voertuigen op de Nederlandse weg zoeven. Een andere optie ligt bij servicerobotica. Daar is het wat lastiger om een concreet target te formuleren. Of het zou moeten zijn dat het robotvoetbalteam dat in 2050 de menselijke wereldkampioen verslaat, oranje shirtjes draagt. Denk er de komende weken bij de kerstboom eens over na. Als u een briljant idee hebt, hoor ik het graag.
Dit artikel is gratis te lezen voor geregistreerde gebruikers.
Bent u nog niet geregistreerd? Vraag dan gratis een account aan.
Inloggen
AGENDA
Design of analog electronics – analog IC design
9 septemberBenefit from autism in your R&D team
13 septemberBits&Chips Smart Systems 2016
28 septemberDutch RF Conference
23 novemberDutch RF Conference
23 novemberSales Engineer Machinebouw
TBMA Europe
Noordwijkerhout

